Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijn ware gedaante is voorgesteld en zij zich daarom nimmer volkomen rekenschap gegeven hebben van de beteekenis en de strekking ervan. Wanneer het eenmaal gelukken mocht, het publiek in deze een juist inzicht te geven, zou het kwaad werkelijk gefnuikt zijn; want elke verzekerde zou dan den Agent, die hem met een vriendelijk gezicht tot het overloopen naar zijn Maatschappij kwam verleiden, zeer zeker de deur wijzen, omdat hij weten zou, dat hij zich anders medeplichtig maakt aan een voorgenomen diefstal. Thans komt dit nog slechts zelden (hoewel gelukkig meer dan vroeger!) voor. Laten allen, die in de Levensverzekering iets groots en goeds zien, het hunne ertoe bijdragen, dat het eenmaal regel worde!

„ ^et „uitspan?e&" van AgenJ:11 van andere ^«schappijen.

III.

Niet alleen de verzekerden zijn het, die aan uitspannerijen bloot staan: er zijn ook Maatschappijen, die zich toeleggen op het uitspannen van de Agenten van concurreerende ondernemingen.

Wanneer zulk een Maatschappij er de lucht van krijgt, dat de een of andere concurreerende Agent met succes werkzaam is, laat zij dezen dra door een Hoofd-Agent of Inspecteur bezoeken. Langs den een of anderen weg — er wordt op dit punt dikwijls groote virtuositeit ontwikkeld — wordt dan op zeer vertrouwelijke wijze het gesprek gebracht op de Maatschappij, die de verdienstelijke Agent vertegenwoordigt, en er worden over haar uiterst intiem — kwajongens noemen dat „stikum"! — eenige noten gekraakt, waarvan het kraken haar zeker minder aangenaam stemmen zou, zoo ze er iets van wist. „Maar U be„grijpt, de zaak is zeer vertrouwelijk, en ik reken erop, dat zij onder „ons blijft", — zoo spreekt de welmeenende heer.

Is de Agent eerst sedert korten tijd bij zijn Maatschappij werkzaam, kent hij haar wijze van werken nog slechts oppervlakkig, is hij met de denkwijze harer Directie nog slechts in geringe mate vertrouwd, dan is het niet onmogelijk, dat hij zich ongerust begint te maken. „Informeert U zich maar eens bij den Heer A", zegt hem de Inspecteur, wel wetende dat de Heer A het een of ander persoonlijk belang heeft bij het afbreken van de geïncrimineerde Maatschappij. De informatiën worden ingewonnen, en den Agent rijzen bij wat hij verneemt de haren te berge. Dikwijls zonder de Directie daarvan te verwittigen, verdwijnt zijn Agentenbordje en weinig tijds later prijkt aan zijn deur de aan-

Sluiten