Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want in zijn nieuwe woonplaats zal hij in ieder geval gewoon Agent blijven voor de Maatschappij, voor welke zijn hart van dankbaarheid overvloeit.

Er verloopen eenige maanden. Onze Directeur ontmoet op zekeren dag een vriend uit A. Zij komen over Levensverzekering te spreken en de vriend weet te vertellen, dat de Maatschappij, welker Directeur indertijd den bewusten jongen man aanbeval, tegenwoordig te A uitmuntende zaken doet. Zij heeft daar een zekeren E. •. aangesteld, die het vak in de puntjes schijnt te kennen. De Directeur vertrouwt zijne ooren nauwelijks. E...! Dat is de naam van den verliefden kadasterman! Onmiddellijk laat hij een nauwkeurig onderzoek instellen; en wat blijkt nu? — De schoonvader, die de hand zijner dochter slechts aan een Staatsambtenaar geven wilde, evenals die dochter zelve,, hebben slechts in de verbeelding van den Heer E... bestaan. De man is nooit bij het kadaster geweest. Reeds bij zijn eerste reis was het contract tusschen hem en de Maatschappij, die oorspronkelijk zijn voorspraak was, geteekend, en de personen, die hij op kosten zijner eerste Maatschappij kon opzoeken, bewerkte hij voor de andere, bij wie hij ze later verzékerde.

De geheele zaak kwam dus eenvoudig hierop neer, dat de welwillende Directeur, die den Heer E... aanbeval, de kosten van diens opleiding door zijn concurrent had laten dragen, en hem, zoodra hij behoorlijk onderlegd was, voor zijn Maatschappij in beslag nam. Toen hem dit door zijn voormaligen vriend voor de voeten werd geworpen — de vriendschap behoorde intusschen tot het verleden! — antwoordde hij met een wit lachje: „Mijn Hoofd-Agent te A engageert zijne Agenten „zelfstandig; daarmede heb ik niets te maken!"

Ongetwijfeld is het wel de uiterste grens, waartoe men in deze déloyale concurrentie gaan kan, wanneer een Maatschappij zelve aan haar concurrente een Agent bezorgt, met het voornemen, dien weer naar zich toe te lokken, zoodra hij behoorlijk onderlegd zal zijn. Dat echter de eene Maatschappij profiteert van den arbeid van de andere, door op deze of gene wijze de beste Agenten dier andere naar zich toe te lokken (dikwijls door lasterlijke praatjes omtrent die zuster-Maatschappij), is iets, dat men in het buitenland vaak, in het binnenland nu en dan ziet geschieden. Ook dit is diefstal van de resultaten van eens anders arbeid.

Het spreekt wel van zelf, dat het een geheel ander geval wordt, zoodra

Sluiten