Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappij zal lang treuren om het verlies van een Agent, die zich zonder veel moeite uitspannen liet. Hij heeft daardoor blijk gegeven, nimmer meer dan een halve vriend geweest te zijn, en halve vrienden zijn in het vak der Levensverzekering buitengewoon gevaarlijk.

Een staf van trouwe, aan de Maatschappij met hart en ziel gehechte Agenten stelt elke Directie in staat, de pogingen van een concurrent, om die tot overloopen te verleiden, kalm aan te zien en erom te lachen. En de overhalende Inspecteur of Agent dier andere Maatschappij loopt kans, bij zijne pogingen op een zeer onzachte wijze het hoofd te stopten!

i

Ongeoorloofde concurrentie door geschriften.

Aanvallen op concurrenten

«Oor brochures couranten-ar-

t'kelen.

IV.

Er zijn Maatschappijen, die er zich niet toe bepalen in prospectussen, circulaires, enz. haar eigen voortreffelijkheid te bezingen — iets, wat natuurlijk elke onderneming tot op zekere hoogte doet, en dat slechts belachlijk wordt door overdrijving in den eigenlof —, maar die daarin tegelijkertijd de gebreken harer concurrenten releveeren, of aantoonen, waarin deze minder voordeelig zijn. Dit nu is zeer zeker geoorloofd. Men kan van meening zijn, dat overdrijving, ook in dit opzicht, den belangen van het vak schaden moet, of men kan hierin niets bespeuren, dat ook maar eenigszins met die belangen in strijd komen kan, zóóveel staat vast, dat, wanneer men daarin maat houdt en der waarheid getrouw blijft, dergelijke schriftelijke betoogen slechts neerkomen op wat een Agent mondeling doet: het in het licht stellen van de bizondere voordeelen, welke zijn Maatschappij boven andere biedt. Daaruit volgt echter tevens, dat in dergelijke publicatiën van wege de Maatschappijen dezelfde beperkingen in acht genomen moeten worden, die ik vroeger voor het optreden der Agenten stelde. Die grenzen kunnen niet overschreden worden, zonder op het gebied der ongeoorloofde concurrentie te komen, evenmin als de Agent ze uit het oog verliezen kan, zonder zich daaraan schuldig te maken. Zoolang men echter binnen die grenzen blijft, kan daarin moeielijk iets ongeoorloofds gezien worden.

Geheel iets anders wordt het echter, wanneer de eene Maatschappij brochures uitgeeft of couranten-artikelen schrijft, uitsluitend met het doel, een of meer harer zuster-instellingen in de oogen van het publiek te bekladden. Zelfs wanneer de daarin vermelde feiten waar en de daarin opgesomde grieven gegrond zijn, dan nog laat zich dit optreden van

Sluiten