Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, en niet beter kunnen doen dan zoo spoedig mogelijk hunne verzekeringen te laten loopen, teneinde zich bij de Maatschappij aan te melden, die door den welwillenden briefschrijver vertegenwoordigd woedt. Meestal bevat zulk een brief een niet onverdienstelijk mengelmoes van cijfers, verdachtmakingen en scheeve voorstellingen, die slechts dit gebrek hebben.... dat zij niet of slechts gedeeltelijk met de waarheid overeenstemmen. Dit schriftelijke uitspannen is minder gevaarlijk dan het mondelinge, omdat men een geschreven stuk gemakkelijker refuteeren kan dan mondelinge uitingen, die misschien verkeerd of onvolledig worden overgebracht.

Het komt dikwijls voor, dat een al te ijverig vertegenwoordiger daar, waar men toevallig over zijne concurrenten komt te spreken, langs zijn neus weg een meer of minder ongunstig oordeel over hen uitspreekt. Zulke uitlatingen in particuliere gesprekken, die niet uitgelokt worden door den strijd om het afsluiten van deze of gene verzekering, ontsnappen natuurlijk "aan de controle van het wakende oog der concurrentie en kunnen dus, omdat zij onopgemerkt blijven, veel kwaad veroorzaken. Soms spruiten zij voort uit een werkelijk boos opzet ;»meestal echter worden zij zonder veel nadenken uitgesproken, en vinden zij meer haar oorsprong in den gemoedstoestand van den een of anderen verzekeraar, die elke concurrentie met leede oogen aanziet.

Dergelijke uitingen hullen zich gewoonlijk in den vorm van een weinig beteekenende insinuatie, in het voorbijgaan uitgesproken op een wijze, alsof de meerdere, bewust van zijn meerderheid, over zijn mindere spreekt. Zoo zal b.v. de vertegenwoordiger van Maatschappij A in den kring zijner bekenden verklaren: „Maatschappij B, zeker, „die gaat flink vooruit; maar ze is nog wat jong. Laten we eens zien, „of ze het volhoudt, als eenmaal de groote uitbetalingen komen!" — of wel: „Maatschappij C is oud en puik-puik solide. Maar 't is er een „oude pruikenboel; niemand moet er zich voor zijn pleizier verzekeren!" — of: „Bij Maatschappij D lichten ze de hand wel wat met het geneeskundig onderzoek. Als dat maar goed afloopt!"

Zulke zinledige gezegden, hoe onschuldig soms ook bedoeld, kunnen een voor ons vak zeer nadeeligen invloed oefenen. Zij geven aanleiding tot allerlei praatjes en geruchten,-die eiken grondslag missen, maar nawerken èn op de bizondere Maatschappijen èn op het vak in het algemeen.

Ongunstige uitlatingen in particuliere gesprekken.

Sluiten