Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ertioudingtusts<*en de Direc-

ltJn van concui'6<"eude Maat!f*Ppijen.

V.

Voordat ik mijne beschouwingen over concurrentie eindig, nog een enkel woord over een opvatting, die men, speciaal in ons vaderland, hier en daar huldigt omtrent de verhouding tusschen de Directiën van concurreerende Maatschappijen.

Er zijn Directiën, die ongeoorloofde concurrentie-middelen met kracht tegengaan, maar die toch nog niet hebben gebroken met de ietwat ouderwetsche stelling: „Een concurrent is een vijand!"

Hoewel zij dien vijand zonder listige kunstgrepen bestrijden, kunnen zij zich toch niet inleven in de gedachten, dat een eerlijke concurrent geenszins een natuurlijke vijand, doch een natuurlijke medewerker en bondgenoot moet genoemd worden. De soms zorgvuldig verborgen gehouden, maar toch telkens weder aan den dag tredende afkeer van concurreerende Maatschappijen uit zich bij zulk een Directie op verschillende wijzen.

Reeds bij de oprichting harer Maatschappij verkondigt zij met zekeren ophef, dat zij deze of gene zuster-instelling nu eens „naar den kelder werken zal". Zij ziet het ongaarne, dat hare Agenten in goede verstandhouding staan met de Agenten of Directiën van andere Maatschappijen. Zij vreest niets meer, dan dat een concurrent ontdekken zal, hoe dit of dat onderdeel van het bedrijf bij haar Maatschappij geregeld is. Zij heeft er bezwaar tegen, al te veel voor Levensverzekering in het algemeen propaganda te maken, omdat zij daardoor ook werkt voor hare „vijanden". Voortdurend klaagt zij over het toenemen der concurrentie, als over een groot kwaad, en — zoo zij weinig afsluit — zoekt zij de oorzaak daarvan alweer in die scherpe fhededinging, in plaats van in andere oorzaken, die dikwijls in eigen boezem huizen. Bovenal ziet zij, anderen naar zichzelve beoordeelend, in elke vriendschappelijke opmerking van concurrenten aanstonds een vijandelijken aanval of meent insinuatiën te ontdekken daar, waar deze zelfs voor een gewapend oog niet te vinden zijn: concurrentie-nijd is een bril, die de beelden verdraait! Hoewel Directiën, die deze opvatting van concurrentie hebben, nu en dan medespreken over de samenwerking van alle levensverzekeraars in belangrijke zaken, hun vak betreffende, kan voor haar dat samen arbeiden, dat samen vooruit streven toch nooit meer dan een woord zijn. Wantrouwen zal ten bodem liggen aan de meeste harer handelingen tegenover hare concurrenten.

Zal het ten onzent ooit anders worden? Ik geloof, dat men die vraag

Sluiten