Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met gerustheid bevestigend kan beantwoorden. Men heeft in Nederland toenadering zien ontstaan daar, waar die vroeger nauwelijks denkbaar was; er is samenwerking gekomen daar, waar vroeger tegenwerking was. De „Nederlandsche Verzekeringsbond" en de „Bond ter bevordering „van het levensverzekeringswezen hebben hun ontstaan voor een groot gedeelde te danken aan de onder Inspecteurs en Agenten eenerzijds, onder de Directeuren der groote Maatschappijen anderzijds sterk gevoelde behoefte, de toestanden op concurrentiegebied — die ook in ons land wel eens aanleiding geven tot gegronde klachten — krachtig en blijvend te verbeteren. Dit is een zéér groote stap in de goede richting. Maar de gezonde toestand is nog niet geboren; menigmaal is de hartelijkheid nog slechts schijn en ligt het: „Een concurrent, „een vijand" nóg ten grondslag aan de wederzijdsche gevoelens.

Hoe vernederend is het voor een Directie, zoo vaak van personen, buiten het vak staande, te moeten hooren: „Gij, levensverzekeraars, „ligt steeds over hoop; 't is of ge elkander niet met rust laten kuntl" — vernederd vooral, omdat men erkennen moet, dat het ditmaal eens begrijpelijk is, dat het publiek zoo redeneert. En hoe ontzaglijk veel goeds zou er gesticht worden, wanneer de Maatschappijen hand in hand voorwaarts gingen, wanneer zij elkander vriendschappelijk wezen op wederzijdsche fouten en opmerkzaam maakten op klippen, waaraan zij allen zich kunnen stooten; wanneer zij, de eene voor de andere en allen voor elkaar, ernaar streefden, het vak in de oogen van het publiek te verheffen, in plaats van het door voortdurende oneenigheid tot een voorwerp van spot te maken.'

Hiermede ben ik aan het einde van mijne beschouwingen over concurrentie. Zij hebben meer plaats in beslag genomen dan ik vermoedde, en toch is over deze stof nog veel meer te zeggen. Maar een ander onderwerp vraagt nog de aandacht mijner lezers.

Ik hoop in de laatste twee Hoofdstukken erin geslaagd te zijn te bewijzen, hoe heilzaam een gezonde, eerlijke concurrentie op het gebied der Levensverzekering werken moet, doch tevens hoe noodzakelijk het is, met kracht op te treden tegen alle oneerlijke, leugenachtige practijken en hen, die zich daarop toeleggen, onverbiddelijk te brandmerken.

l) Zie blz. 35 en 36.

Sluiten