Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertrouwen scnenKen, maar een weimeenena onderwijzer, een ueuieven koopman, die sinds gisteren met de Levensverzekering heeft kennis gemaakt, zet in brochures of ingezonden stukken uiteen, wat een goede Maatschappij van Levensverzekering te doen en te laten, hoe de Regeering zich tegenover zulk een Maatschappij te gedragen heeft, enz.... en het publiek luistert en bewondert! Welmeenend zijn die leekenpredikers in verreweg de meeste gevallen en ze handelen in de overtuiging, dat ze het publiek een werkelijken dienst bewijzen. Wanneer hun echter later blijkt, dat zij te goeder trouw ^geoordeeld hebben als een blinde over kleuren en dat er over de door hen „spelend" opgeloste vraagstukken veel gezegd en geschreven is, waarvan ze nimmer gedroomd hebben, dan erkennen zij zeer dikwijls, dat zij hun doel voorbijgestreefd zijn en meer kwaad dan goed gesticht hebben. Soms ook erkennen zij het niet — zulk een bekentenis kost moeite! —, maar blijkt het uit hün verdere houding, dat zij van hun vroegere dwaling overtuigd zijn.

Tegen dit ijveren van personen, die schrijven over zaken, waarvan zij geen verstand hebben, tegen de averechtsche voorstellingen, die daardoor bij het publiek geboren worden, behoort de groote pers, de opvoedster en onderwijzeres van dat publiek te waarschuwen en desnoods er den strijd tegen aan te binden. Maar hoe kan zij dat ooit, hoe kan zij op dit gebied juiste denkbeelden en klare gedachten verspreiden, waar zijzelve niet over die denkbeelden en gedachten beschikt, m.a.w. waar zij niemand in haar dienst heeft, die in deze inderdaad tot oordeelen bevoegd is? Een blad, dat zulk een medewerker mist, onthoude zich van eigen oordeel en eigen beschouwingen, die vaak de bovenbedoelde leeken, en mèt hen het publiek, in valsche opvattingen sterken of nieuwe valsche voorstellingen in het leven roepen. Het blad oordeele dan niet over een bedrijf, waarvan het de behoeften en eischen niet kent en wellicht niet vermoedt.

Naar mijn inzien is het echter in het belang van het publiek een volstrekt vereischte, dat tenminste de grootere dagbladen in staat zijn, een juist en op goede gronden rustend oordeel te vellen in de belangrijkste kwestiën, die met de Levensverzekering in verband staan. Daaruit •> zou volgen, dat het op den weg van de Redactie dier groote bladen ligt, zichzelve behoorlijk op de hoogte te stellen of personen aan zich te verbinden, die haar voldoende kunnen vóórlichten. Zij zal er echter voor dienen te zorgen, dat zij, die zich in deze voor competent uitgeven, dat ook werkelijk zijn, daarbij in het oog houdende, dat de kennis

Sluiten