Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„worden; maar niet Agentes eener Levensverzekering-M«a^£Aa/>/>z/', „doch Agentes van de Levensverzekering."

Wanneer een heilzaam geneesmiddel tegen een gevreesde ziekte wordt uitgevonden en de dagbladen in het prijzen van de goede eigenschappen daarvan wedijveren en het zich tot plicht rekenen, het publiek de aanschaffing ervan aan te bevelen, dan zal er toch zeker wel niemand zijn, die beweert, dat de pers zich tot Agentes voor de apothekers maakt! Waarom dan, wanneer zij een geneesmiddel tegen armoede en ellende, dat nog veel te weinig bekend is, tracht te propageeren, wanneer zij de kracht en de werking van het geneesmiddel „Levensverzekering" aan het publiek duidelijk maakt, waarom dan geoordeeld: zij treedt op als Agentes voor de Levensverzekering-Maatschappijen! ?*)

Het is een schoone roeping, die zij in deze te vervullen heeft. Hoe dikwijls zal haar hart — het koninklijke hart, dat zoo gaarne allen gelukkig zou zien! — niet gebloed hebben, wanneer zij in hare kolommen berichten moest opnemen van weduwen en wcezen, die onverzorgd achterbleven, of beroepen op de openbare liefdadigheid ten behoeve van hen, die vroeger het hoofd hoog hielden en het bedelen „principieel veroordeelden"! En hoe dikwijls zal zij dan niet het pijnlijke gevoeld hebben van het bewustzijn, dat tegen dat alles een middel bestaat, een onfeilbaar, een afdoend middel, dat men slechts uit onwetendheid of stijfhoofdigheid niet had te baat genomen! En is het dan niet ver.klaarbaar, dat zij zich gelukkig acht, in staat te zijn, die onwetendheid en stijfhoofdigheid krachtig te bestrijden, krachtiger dan iemand anders dat kan, door te raden en voor te lichten, door in wijden kring licht te verspreiden? Mij dunkt, die taak moet zij met voorliefde ter hand nemen, want zij kan er veel ongeluk door voorkómen, veel geluk door scheppen. En dat moet voor haar, de Koningin, het hoogste doel zijn!

Ik ben hier afgedwaald in het rijk der „wenschen en begeerten", want niet altijd en overal dient de pers in dit opzicht het algemeen belang. Daarover straks uitvoeriger. Thans wil ik alleen releveeren, dat zij met het bespreken en expliceeren van de instelling der Levens-

*) Een onzer groote Dagbladen heeft, bij het verschijnen van den eersten druk van» dit werk, inderdaad beweerd, dat mijne omschrijving van de taak der groote pers niets anders was dan een preeken voor eigen parochie. Als men nagaat, dat de Nederlandsche kerkgangers voor een en-een-kwart milliard bij die parochie betrokken zullen zijn, is die redeneering zeker zonderling!

Sluiten