Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de pers niet over werkelijk bevoegde critici als medewerkers beschikt; beter het publiek niet dan verkeerd voorgelicht! Maar een juiste voorlichting is toch zeker wel het meest gewenscht.

Nu en dan neemt onze pers korte uittreksels op van de Jaarverslagen der verschillende Maatschappijen. Een beoordeeling echter, een wijzen op het goede, een welwillende raadgeving betreffende wat minder goed geoordeeld wordt — dit alles ontbreekt en zal steeds moeten ontbreken, zoolang men niet inziet, dat het hier een zaak geldt, die meer verdient dan nu en dan een oppervlakkige mededeeling, en men er niet toe besluit, het publiek ook in deze door competente personen te doen voorlichten. Het komt mij voor, dat onze Nederlandsche pers pogingen moet aanwenden tot een dergelijken toestand te geraken. Zij zal mij misschien tegenwerpen, dat zij het niet der moeite waard vindt, voor de beoordeeling van één vak zooveel omslag te maken, en mij vragen, waar het heen zou moeten, wanneer zij dat voor alle vakken doen moest. Ik antwoord, dat in de eerste plaats niet bij alle vakken het Nederlandsche publiek voor j8o miïlioen geïnteresseerd is (behalve nog de vele millioenen, waarvoor Nederlanders bij buitenlandsche Maatschappijen verzekerd zijn!) en dagelijks nog voor meer geïnteresseerd wordt, en dat, in de tweede plaats, het vak der Levensverzekering bestemd is tot het spelen van een zóódanige sociale rol, dat het meer en meer een zeer eigenaardig en bizonder standpunt gaat innemen. Dat de pers in het buitenland door haar houding in deze toont van mijn gevoelen te zijn, schenkt mij de vrijmoedigheid, dat gevoelen te blijven handhaven.

Men versta mij echter wel. Het zou onzinnig zijn, wanneer ik verlangde, dat de Nederlandsche pers dagelijks lange artikelen ten beste gaf over de hier te lande opereerende Levensverzekering-Maatschappijen. Ik verlang niets, dat overdreven is! Maar een korte, heldere bespreking van de hoofdpunten uit elk nieuw verschenen Verslag, dat (helaas nog niet van elke Maatschappij!) hoogstens ééns per jaar verschijnt, is toch iets, dat mag verlangd worden zonder onredelijk of veeleischend te zijn. Voeg daar dan aan toe geregelde mededeeling van de belangrijkste gebeurtenissen bij de verschillende Maatschappijen, die het publiek kunnen interesseeren, kort en zaakrijk, maar vooral juist. Zoo zouden wij op den goeden weg komen, en ik ben er vast van overtuigd, dat er vroeg of laat een beweging in deze richting in de pers ontstaan zal.

Sluiten