Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord te steunen, terwijl de binnenlanders van dien steun verstoken blijven, dat kan evenmin billijk genoemd worden.

Door voor binnenlandsche Maatschappijen de Koninklijke Goedkeuring op de statuten te verlangen, doch aan buitenlandsche Maatschappijen het werken in ons land toe te staan, zelfs zonder dat van haar wettelijk bestaan in haar eigen land blijkt, legt ook de Nederlandsche Wetgever sinds jaren bij het buitenland een gunstiger maatstaf aan dan bij het binnenland1); maar nimmer heeft de Nederlandsche pers zich daaraan iets gelegen laten liggen. Ik geloof niet, dat die toestand in eenig ander land mogelijk zou zijn, zonder een storm van verontwaardiging in de dagbladen uit te lokken!

Het is goed, dat er eens openlijk verklaard wordt, dat onze Nederlandsche Maatschappijen op elk gebied tenminste hetzelfde presteeren kunnen als hare buitenlandsche zusters. Wie het tegendeel tracht te bewijzen, is óf niet op de hoogte óf niet onbevooroordeeld. Hiermede wil ik natuurlijk niet zeggen, dat een buitenlandsche Maatschappij niet wel eens in het een of andere tarief goedkooper zijn kan dan een binnenlandsche. Maar het omgekeerde komt eveneens voor, en, in het algemeen gesproken, zijn binnenlandsche Maatschappijen tot hetzelfde in staat als buitenlandsche. Welke reden zou er ook bestaan kunnen voor het tegendeel? In het buitenland apprecieert men wat de Duitschers den „Geschaftsgeist" van ons volk noemen, en de naam „Hollander" doet, zelfs in landen waar men ons weinig kent, aanstonds een aureooltje van soliditeit en betrouwbaarheid om het hoofd van den gelukkigen drager stralen. Hebben die buitenlanders het dan werkelijk zóó mis? Of is er eenige reden om aan te nemen, dat wij alleen op het gebied der Levensverzekering niet in staat zijn te verrichten, wat wij op elk ander gebied wel kunnen doen? Immers neen! Onze Maatschappijen zijn tegenwoordig op denzelfden voet ingericht als de beste buitenlandsche, zij werken op dezelfde wijze, vele harer hebben hare werkzaamheden ook over vreemde landen uitgebreid. En wat het wetenschappelijke deel der Levensverzekering betreft, op dit gebied hebben wij steeds uitgemunt, van Johan de Witt af tot op onzen tijd.

Ik zoude onbillijk zijn, wanneer ik niet nog vermeldde, dat de provinciale pers een voor de Nederlandsche Maatschappijen welwillender houding aanneemt dan de veel invloedrijker pers uit de groote steden,

J) Vergelijk blz. 239 en 240.

Sluiten