Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intelligent publiek, dat echter niet geacht kan worden bizondere studie van het verzekeringsbedrijf en de verzekeringstechniek gemaakt te hebben. De vakpers daarentegen moet haar critiek ook op die punten richten, welke met de techniek van het vak in verband staan en slechts door hen, die een bepaalde studie daarvan gemaakt hebben, begrepen kunnen worden. De critiek der vakpers moet dus dieper, wetenschappelijker, gedetailleerder zijn dan de meer populaire critische beschouwingen der groote bladen. Hieruit leide men niet af, dat die laatsten zich dan wel met een niets-zeggend woord van die critiek mogen afmaken. Het is integendeel een bekende zaak, dat, om populair over eenig onderwerp te schrijven, men dat volkomen meester zijn moet, zoodat uit het meer populaire karakter van de critiek der groote bladen volstrekt niet volgt, dat die critiek nu ook wel door een leek of een half-leek kan geschreven worden. Maar de vakman, op welk gebied ook, die een critiek levert voor het groote publiek, zal dat anders doen en andere eischen aan zichzelven stellen dan wanneer hij dat doet voor zijne vakgenooten.

De vakpers kan zich verder moeielijk tevreden stellen met sporadische mededeelingen omtrent het belangrijkste wat bij de Maatschappijen voorvalt. Zij dient zich te maken tot een korte kroniek van de lotgevallen van die Maatschappijen, welke ln haar omgeving werkzaam zijn, en, zooals ik reeds zeide, vooral van de binnenlandsche Maatschappijen.

Nog wensch ik er de aandacht op te vestigen, dat bij de door de vakpers uit te oefenen critiek de eischen van onpartijdigheid en van een opbouwende strekking bizonder op den voorgrond treden. Een vakblad, dat, om welke reden ook, zijn onpartijdig standpunt prijs geeft en sommigen begunstigt boven anderen, is een onding, zoowel in wetenschappelijken als in moreelen zin; het is een schijn-geleerde, die door kwakzalverij ontzaglijk veel kwaad stichten kan. Een vakblad, dat met welgevallen laakt en afkeurt, zonder zelf denkbeelden die tot verbetering leiden kunnen aan te geven, is een geneesheer, die aan het ziekbed bedenkelijk het hoofd schudt, maar geen vinger uitsteekt om den zieke te redden. Juist daarin bestaat een der hoofdplichten van elk wèl geredigeerd vakblad, dat het het zijne bijdrage tot den bloei en den vooruitgang van het vak: die roeping vervult het nimmer door alleen aj te breken daar, waar juist de vakpers, uit den aard der zaak nog veel meer dan de groote, tot opbouwen geroepen is.

Sluiten