Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die nu en dan worden aangewend om iets dergelijks in het leven te roepen, lijden meestentijds schipbreuk op de algemeene verachting, die zich uit in een aanhoudend ignoreeren. Het is echter belangwekkend, de buitenlandsche toestanden op dit gebied te leeren kennen. Om den lezer onmiddellijk in medias res, midden in die toestanden, te verplaatsen, wil ik beginnen met de mededeeling van een historische gebeurtenis.

De Directeur van een groote Maatschappij vertoefde tijdelijk in een van Europa's hoofdsteden, waar hij pas een Filiale van' die Maatschappij had opgericht, 't Is acht uur in den morgen; hij is juist opgestaan en staat zich in zijn hotel voor den spiegel te scheren. Daar dient een kellner den Heer A aan. Onze Directeur heeft dien naam nimmer gehoord; hij zegt dus, dat Mijnheer A een poosje geduld moet hebben. Maar nauw is de kellner verdwenen, of de deur wordt zonder kloppen geopend, een sterk gepommadeerd, dik heertje verschijnt op den drempel en sluit met een: „Pardon, ik stoor U toch niet?" de aeur weer achter zich dicht. „Ja zeker stoort U me, Mijnheer!", zegt de half-ingezeepte Directeur, niet weinig verontwaardigd; doch de onverwachte bezoeker gaat op een fauteuil in een hoek zitten en antwoordt, vriendelijk glimlachend: „Wel, hooggeschatte Heer, U kunt U op Uw gemak scheren; „ik zal niet kijken en wachten tot U geheel gekleed zijt". En daarop haalt hij een courant uit den zak en gaat zitten lezen. De Directeur kiest de verstandigste partij, maakt zijn toilet, zonder meer woorden te verspillen, en wendt zich vervolgens tot den onbekenden indringer: „Wat is er nu van Uw dienst?" — „Ik ben A, Redacteur van een financieel blad", luidt het antwoord, dat met veel aplomb gegeven wordt, „doe mij het genoegen, en lees dit artikeltje eens". — In de hem ter hand gestelde drukproeve leest de Directeur tot zijn verbazing, dat er geen slechter, insolider en oneerlijker Maatschappij bestaat dan de zijne, dat zij leeft van chicanes, van het geld, dat den verzekerden uit den zak geklopt wordt, enz. Maar hij heeft nog niet den tijd gehad zijn mond te openen, of met een: „Lees nu dit eens!" stopt zijn bezoeker hem een tweede artikel in de hand. Daarin vindt de steeds meer verbaasde Directeur een lofspraak op zijn Maatschappij, die uitmunt door coulance, door soliditeit, door eerlijk beheer en nog veel meer fraais. En nu komt de oplossing. De geheimzinnige heer begint een lange speech, met veel omhaal van woorden en fraaie zinswendingen, en die in het kort hierop neêrkomt: „Laat U mij gaan, zooals ik gekomen

Sluiten