Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ben, dan verschijnt in mijn courant het artikel, dat U het eerst gelezen hebt; komt U mij in de koste van mijn blad met ƒ 100 tege„moet, dan verbind ik mij omtrent Uw Maatschappij geheel te „zwijgen; maar maakt U er / 200 van, dan verschijnt het tweede „artikeltje!"

Het zal zeker niemand verwonderen, dat de „Redacteur" van het finantieele blad zonder tegemoetkoming en op vrij onceremonieuze manier uit de kamer verwijderd werd en dat nog dienzelfden avond het publiek een lang relaas lezen kon over de diepe verdorvenheid van den bovengenoemden Directeur en zijn Maatschappij.

Deze gebeurtenis is een staaltje van de verregaande brutaliteit van dit gilde van valsche journalisten, die geen werkelijk journalist als collega's zal willen erkennen. Er zijn landen, die door deze bende letterlijk overstroomd zijn, en waar het aantal „finantieele" of „verzekeringsblaadjes" legio is. Vooral in Oostenrijk zijn de toestanden in dit opzicht allertreurigst, maar ook in België, Frankrijk en nog andere landen weet men ervan mede te spreken. De machinatiën van deze blaadjes beperken zich niet alleen tot het gebied der Levensverzekering maar worden uitgebreid tot elk terrein, dat eenige kans op winst belooft, zoodat letterlijk niemand voor hunne aanvallen beveiligd is en ieder, die zaken doet, op zijn tijd door hen lastig gevallen wordt. Toch is en blijft de verzekering en speciaal de Levensverzekering, het gebied, waarop deze roofvogels bij voorkeur azen. 't Is daartoe ook zeer geschikt. Reeds vroeger maakte ik de opmerking, dat het nergens zóó gemakkelijk valt, wantrouwen te wekken en aan ongemotiveerde beschuldigingen een schijn van gegrondheid te geven, dan in alles wat de Levensverzekering betreft, omdat velen in deze, hun volkomen gemis aan eigen bevoegdheid gevoelende, alleen afgaan op wat anderen zeggen. Dat weten de journalisten-geldafpersers en van die wetenschap maken zij ruim gebruik. Dikwijls kloppen zij dan ook niet aan een doovemansoor, maar vinden Maatschappijen, die bereid zijn een geldelijk offer te brengen, teneinde daardoor de nadeelen te vermijden, die het lasteren in de een of andere finantieele courant onvermijdelijk aan elke Maatschappij berokkenen moet.

Die inschikkelijkheid der Maatschappijen is wel niet te verdedigen, te verklaren echter is zij wèl. Als voorbeeld noem ik het voor jaren te Weenen gevoerde lasterproces-G«'J«/, waarvan een lid der antisemitische partij de held (?) is, en dat een te eigenaardig licht

Proces Geider.

Sluiten