Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen en het treurige beheer der geïncrimineerde Directie. Door geheel Oostenrijk maakte deze interpellatie een groote sensatie en de Maatschappij ondervond daardoor vele moeielijkheden, ja zij begon vrees te koesteren voor het algeheel verloopen harer zaken. Het spreekt vanzelf, dat de ontrouwe bediende ontslagen werd, maar, wel verre van zich daardoor te laten ontmoedigen, verklaarde hij, de agitatie tegen de Maatschappij onverbiddelijk te zullen voortzetten en het geheele Parlement tegen haar in het harnas te zullen jagen. De Directie was ten einde raad, want door hare „onthullingen" en de daarop volgende interpellatie had de „Kritische Revue" een zeker gewicht gekregen en zelfs de groote bladen volgden met belangstelling hare berichten en namen die dikwijls over. In dit stadium van de zaak doet Geider haar het voorstel, alle vijandelijkheden te staken, mits men hem een jaargeld van / 1200 toestond. Het is duidelijk, dat dit voorstel de Directeuren in niet geringen tweestrijd zal gebracht hebben. Lang weifelden zij tusschen het voortzetten van den strijd en het smadelijk koopen van den vrede. Eindelijk kozen zij het laatste: incorrect — maar toch begrijpelijk. Doch tevens gevaarlijk, want daarmede hadden zij zich op genade en ongenade aan den Redacteur der „Kritische Revue" overgegeven. Door zijn succes aangemoedigd, gelukte het dezen weldra door dezelfde bedreigingen nog / 1000 van de Maatschappij los te krijgen, en hij was juist aan zijn tweede duizendje begonnen, toen door een onvoorzichtigheid zijnerzijds de bom barstte. Geider was n.1. in den loop van de verhooren bij een toen bij de Rechtbank aanhangig strafproces door den beschuldigde voor een „afzetter" uitgemaakt. Zeker in de onderstelling, dat men aan de woorden van iemand, die terechtstaat wegens een misdrijf, wel niet veel waarde zou toekennen, had hij de brutaliteit, den man een proces wegens laster aan te doen, met het voor hem niet weinig verrassende gevolg, dat al het zooeven medegedeelde aan den dag kwam en bewezen werd. Vooral sensatie maakte de verklaring van den Afgevaardigde Kaiser, dat zijn geheele interpellatie alleen op mededeelingen van Geider gebaseerd was geweest. Onze vriend werd tot vele jaren kerkerstraf veroordeeld en op den dag van zijn veroordeeling overleed de „Kritische Revue".

Deze oplichter ontging dus zijn gerechte straf niet, maar honderden van zijnsgelijken loopen ongestraft rond, voeren in meer of minder obscure blaadjes het hoogste woord, en hechten zich als -bloedzuigers aan die Maatschappijen, die den zedelijken moed missen, zich van hen

Verschilte»'^

ifpersing ^0° icaendMaartjt8'

Sluiten