Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappij1). Agenten en Maatschappijen maken zich op die wijze medeplichtig aan de practijken van de revolverpers en zoolang zij niet inzien, dat zij daardoor ten slotte zichzelven benadeelen — immers heden geldt het een ander, maar morgen kan het henzelven gelden —, zullen de „vak"-, alias schendblaadjes, even welig blijven tieren als zij dat thans doen. Een ernstige Maatschappij vermijde dus elke aanmoediging van obscure Redacteurtjes, ook de onschuldigste — of liever de minst bedenkelijke —: het betalen van „zwijggeld". Geeft zij eenmaal dit standpunt prijs, zij zal tegenover hare concurrenten het machtige wapen eener onkreukbaar eerlijke reputatie verliezen. Het staat echter vast, dat zij in ruil daarvoor menig giftig artikel tegen zich gericht zal zien en menige beschuldiging zal moeten aanhooren, waarvan gelukkig de enormiteit, zelfs voor oningewijden, de valschheid aantoont. Als voorbeeld, hoever zulke „vakblaadjes" in dezen durven gaan, haal ik het volgende aan, dat een in Oostenrijk werkende buitenlandsche Maatschappij gepasseerd is, tengevolge van haar onwelwillende houding tegenover de revolverheeren. Daar deed op zekeren dag in de pers — helaas ook in sommige organen der groote pers en der ernstige vakpers! — het bericht de ronde, dat die Maatschappij hare operatiën in Oostenrijk staken zou en dat het wanbeheer een zóódanige hoogte bereikt had, dat de Oostenrijksche Regeering maatregelen in overweging genomen had, om voor de verzekerden nog zooveel mogelijk te redden! Bij nauwkeurig onderzoek bleek het, dat dit bericht, dat zelfs zijn weg in Fransche en Engelsche bladen vond, verspreid was dooreen obscuur vakblaadje, waarin de geïncrimineerde Maatschappij geweigerd had haar annonce te plaatsen.

Aan dergelijke gevaren staat men bloot; maar de correcte weg is slechts zelden de gemakkelijkste. Wanneer eenmaal het lasterartikel verschenen is, kan men niet anders doen dan het doodzwijgen. Elk beklag tegenover den Redacteur zou onverstandig en vruchteloos zijn: onverstandig, omdat men daardoor toonen zou, zich aan het geschrijf te storen, vruchteloos, omdat men den leugenaar, die meet dat hij liegt, niet van zijn ongelijk kan overtuigen. Courantengeschrijf tegen het artikel zou de aandacht van velen, die het niet gelezen hebben, erop vestigen, en dus eer nadeel dan voordeel brengen. Om dezelfde reden verdient het geen aanbeveling, den Redacteur voor het gerecht te dagen; want, zelfs al wordt hij veroordeeld en de Maatschappij volkomen

}) "Vergelijk blz. 399.

Sluiten