Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRAAKKUNSTIG GEDEELTE.

Inleiding.

Het Maleisch kent geen vervoeging en geen» V8t4 buiging ; geen geslacht en geen getal; geen lidwoorden en geen koppelwoorden.

Uit de beteekenis der woorden in het zinsverband moet men afleiden welken dienst die woorden in den zin doen.

Vele stamwoorden kunnen nu eens dienst doen als werkwoord, dan weer als zelfstandig naamwoord, enz.

Van verschillende stammen worden, door het gebruik van vóór- en achtervoegsels, woorden van verschillende beteekenis afgeleid.

In de spreektaal worden deze vóór- en achtervoegsels vaak weggelaten, indien het gebruik er van niet volstrekt noodzakelijk is.

Lidwoorden.

Het aanwijzend voornw. vervult, waar noodig, den dienst van het lidwoord, het goud is geel = ëmas itoe koening. de olifant is zeer sterk = gadjah itoe amat koewat.

Zelfstandige Naamwoorden.

In het Maleisch hebben de zelfstand.nw. geslacht noch getal.

koeda = paard of paarden, boenga = bloem of bloemen.

Indien men bij namen van personen of dieren bepaaldelijk het geslacht wil aanduiden, plaatst men achter

Sluiten