Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit laatste ook ter vertaling van onze woorden zelf (na een pers. vn.w.), van zelf, eigen en alléén. Voorbeelden:

De boom viel van zelf om = pohon itoe djatoh sendiri. Zijn eigen werk » = pekerdjaannja sendiri. Alleen zijn werk f r J ' zich overgeven 1 = menjerakari diri. zich onderwerpen ) 1

d. Betrekkelijke voornaamwoorden.

Als betrekkelijk voornaamwoord heeft men in het Maleisch alleen jang. Het dient zoowel voor personen als voor zaken.

Kapal jang baroe datang = het schip, dat pas gekomen is.

toekang menatoe jang dipanggil soedah datang = de waschman, die geroepen was, is gekomen.

e. Aanwijzende voorn.w. itoe = die, dat.

ini = deze, dit.

Het Maleisch kent nog een aanw. woordje Si, dat vaak gebruikt wordt vóór eigennamen of vóór bijv. nw. om er eigennamen van te maken.

Si-Oepi menangis sebab dipoekoel baboe = Oepi huilt omdat de baboe haar geslagen heeft.

si anoe = een zekere.

si boerik = de mottige.

ƒ. Vragende voornw. apa = wat, welk. siapa = wie.

Apa slaat alleen op zaken, siapa alleen op personen, siapa jang toelis soerat ini ? = wie heeft dezen brief geschreven? (Letterlijk: wie is 't, die enz.), kamoe bëli apa ? = wat hebt gij gekocht ?

g. Onbepaalde vnw.

Voor men of iemand zegt men in 't Maleisch orang — mensch. Bijv. :

kata orang = men zegt.

Sluiten