Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dapat = kunnen. pergi =ctgaan.

doedoek = zitten. ■'• ' perang = oorlogvoeren,

djatoh = vallen. m pikir = denken, djawab = antwoorden. sampai = aankomen, hendak = willen. sembajang = bidden,

hidoep = leven. tidoer = slapen,

hilang = verdwijnen, ver- terbang = vliegen.

loren gaan. toeroen = dalen, kembali = terugkeeren. tinggal = blijven, këna = getroffen worden, tahoe =. weten, laloe = verder gaan. ■ lari = vluchten (hard loopen).

Indien enkele dezer werkwoorden een voorvoegsel krijgen verandert de beteekenis, zooals reeds gezegd. Bijv.:

meninggal = sterven (van tinggal). mendapat = verkrijgen, vinden (van dapat). menghüang = verüezepv -

Het Maleisch heeft voor getal, tijd en wijze der werkwoorden geen 'bijzondere vormen.

Onvolt. tegenw. tijd. ■ saja tidoer = ik slaap.

ija tidoer* = hij {zij) slaapt;

kita, kami tidoer i = wij; slapen. !'^S i kamoe tidoer = gij slaapt.

marika itoe tidoer = zij slapen.

De volt. tegenw. tijd wotdt gevormd met behulp van een bijwoord van tijd; bijv. met behulp van soedah, telah — al, reeds.

saja soedah tidoer = ik heb (al) geslapen.

Het moet eigenlijk meer uit 't zinsverband blijken dan uit de woorden of men met den voltooid tegenw. tijd te doen heeft of niet.

De zin: Sidin soedah tidoer kan zoowel beteekeneni „Sidin heeft geslapen", lals : „Sidin slaapt al."

Om aan te duiden, dafceen handeling nog voortduurt}: reeds afgeloopen is of üzal gebeuren maakt men gebruik,van :

lagij masih — nog; nog meer.

kunnen. , zitten.

vallen. . bn/miai antwoorden, willen, leven.

verdwijnen, verloren gaan. teruekeeren.

Sluiten