Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soeka akan = lust hebben in, om.

Sidin sedijakan mèdja boewat toewan tamoe —

Sidin dek de tafel voor den heer, die gast is.

In de omgangstaal hoort men vaak 't woord sama = gelijk, even, tegelijk, samen, enz. te pas en te onpas gebruiken. Zoo zegt men : „Bawa soerat ini sama njonja" in plaats van : „Bawa soerat ini kapada njonja". (Breng dien brief aan Mevrouw). Ook wordt 't veel gebruikt voor dengan. „Ajer djeroek sama goela" in plaats van „ajir djeroek dengan goela". Wel goed is 't gebruik van sama in uitdrukkingen als :

sama kaja dengan dija = even rijk als hij.

sama djoega = ('t is geheel) hetzelfde.

sama sekali = allen (of alles) in eens.

bersama-sama = gezamenlijk.

Voegwoorden.

De voegwoorden, welke het meest gebruikt worden, zijn :

dan = en.

serta = tevens.

lagi = bovendien.

tetapi = maar, toch.

sebab (vooral in de spreektaal) = omdat.

karena" (in deftiger stijl) = omdat.

soepaja = opdat.

djikalaw (verkort tot: djika, of tot: kalau) = indien.

tèntoe (vooral in de spreektaal) = zeker.

nistjaja (in deftiger stijl) = zeker.

atawa, ataw = of.

saperti = alsof; zooals.

maski = ofschoon, niettegenstaande.

tempo (in spreektaal) = toen, tijdens, ten tijde.

koetika itoe, tatkala (in deftiger stijl) = toen, tijdens.

lantas, laloe = vervolgens.

sa'andainja = verondersteld.

bijar = laat 't zijn, laat 't geschieden, (ook wel:

opdat).

Sluiten