Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rooken (van sigaren, enz.)

opiumrooken

roosteren

roskammen

ruiken (rieken)

ruiken (geur in den neus

krijgen) rijden (te paard)

id (in een rijtuig) schaven

samenvoegen, lasschen

samenvouwen

scheiden

schelden

scheren

scheuren

schieten (met een vuurwapen, schieten (met een boog) schoppen schudden schreeuwen schrikken schrijven sluiten slijpen

smijten snijden spelen

springen, huppelen

spuwen

stelen

splijten

steken

staven

strijken

stijgen

stoppen (met een naald)

minoem (= drinken).

makan madat.

panggang.

garoek.

baoe.

dapat baoe.

naik koeda. naik karèta. pasah (= schaaf), samboeng. lipat.

tjerai; pisah (op Java).

maki.

tjoekoer.

robèk (op Java).

tembak ; pasang (op Java).

panah (= pijl).

tendang.

gojang.

tarèjak.

kagèt.

toelis.

toetoep.

as ah.

gosok (op Java), bantèng.

potong (= afgesneden:Str*k)(

mam.

lompat.

loedah.

tjoeri.

bëlah.

tikam.

mati (= dood), sëtërika (= strijkijzer), naik. tisik.

Sluiten