Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoorden

verschieten (van kleuren) verstellen (van goed) vertrekken

vertellen vertrouwen verven vinden

visschen (in 't algem.) id (met een hengel)

id (met een net) vlammen (doen) vlammen vliegen vlechten voelen volgen

vragen (om iets)

vragen (informeeren)

vredesluiten

vullen

vijlen

wachten

waken (bewaken)

wandelen

wapperen

wasschen

wegen

wegjagen

wegloopen

wekken

werken

weven

wisselen

winnen, overwinnen winstbehalen

boenoeh. loentoer. tampal.

berangkat, (angkat = optillen), tjeritera (= verhaal), pertjaja. tjèt (= verf), mendapat. tjari ikan.

pantjing (Java) ; kail

(= hengel), mendjala.

bernjala, (njala = vlam).

menjalakan.

terbang.

anjam.

rasa (= gevoel), toeroet; flcóet (op Java), pinta, (bedr. vorm: meminta, verkort tot: minta). ] tanja.

damai (= vrede), isi (= inhoud), ld kir (= vijl), toenggoe. djaga.

melantjoeng.

berkibar-kibar.

tjoetji.

trmbang.

oesir.

lari.

bangoen. kerdja. tenoen. toekar. I menang. . oentoeng (= winst, voordeel, geluk).

Sluiten