Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minta, vragen.

toeroet, meegaan, meedoen, volgen, dienen.

toeroet matskapê, de maatschappij dienen.

orang, mensen; daar is iemand, ada orang; er is niemand,' tida ada orang.

dari, voorzetz. van; duidt een af- of herkomst aan.

dan, voegw. en.

mondok, op Java gebruikt voor pondok = hut, tijdelijk verblijf. In dezen zin dus : logeeren, tijdelijk verblijf houden.

gedong, steenen gebouw.

dëkat, voorzetz. of bijw., dicht bij.

lempatnja, de plaats.

segala, alle.

Djawa, Java; orang Djawa,

Javaan. rasa, zich gevoelen. senang, behaaglijk. rasa senang, zich prettig,

behaaglijk gevoelen. poenja, ' bezitten ; siapa

poenja roemah itoe, wie ,bezit dat huis, wiens

huis is dat ? anak, kind. besar, groot.

kerdja, werken; soedah kerdja, is aan 't werk, heeft een baantje.

masih sekolah, gaat nog naar school.

toewa, oud.

jang toewa, de oudste.

Sluiten