Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•TER INLEIDING.

Het is ditmaal niet zoo voor de hand liggend als verleden jaar, wat ik in mijn „Inleiding" te schrijven heb. Vi% ;

Toen wezen gewichtige redenen van letterkundig, opvoedkundig en maatschappelijk karakter mij als van zelf aan, wat ik behoorde te beweren, en ernstig heb ik dan ook toentertijd een en ander uiteengezet !

Van meer dan één bevoegde zijde vernam ik later, dat mijn betoog zijn weldadigen indruk niet had gemist

Het heeft echter niet veel zin, wat ik toen. verhandelde thans te herhalen; ik geloof, dat wie het niet las, toen ik het den eersten keer schreef, het ook niet lezen zal, al schrijf ik het nog twaalf maal. Misschien ook wel. Dit is moeilijk uit te maken. Laat ik dus als afdoende reden opgeven, dat ik geen trek heb, het een tweeden keer te schrijven.

* * *

Wat dan echter wèl? Dit is een netelig vraagstuk.

Over het algemeen is de Inleiding van een boek nuttig, als óf wel de titel van het boek óf wel zijn bedoeling min o\ meer nevelachtig is.

Zoo begrijp ik, dat men eene Inleiding schrijft op een boek „Over de primaire illusies nopens hobbezakken en rinkelrooiers," of „Over de maatschappelijke afwijkingen en tegenstrijdigheden van doodgravers en zinkputten," of „Over de elementaire overgangsvormen van abdominale en verticale rompstanden," — vermits nóch deze titels van zelf sprekend en op het eerste oog glashelder duidelijk zijn, noch zoo maar aanstonds voor ieder menschenkind begrijpelijk is, waaróm zoo'n boek eigenlijk In de wereld kwam.

Maar met den besten wil ter wereld kaS ik deze, voor alle „Inleidingen" beslissende denkbeelden, op mijn titel niet toepassen. Ik zie geen kans „300" duidelijker te maken dan het is; drie maal honderd, zes maal vijftig, twaalf maal 25 verspreidt hoegenaamd niet méér licht over deze questie.

„Boekbeoordelingen" behoeft ook niet in het allergeringste commentaar, daar ieder weet, wat een boek is en alle menschen zoo verbazend veel oordeelen, dat zij, zonder twijfel, zich tot in de fijnste bijzonderheden rekenschap geven, van al wat een beoordeeling is, beteekerit, omvat, en voor zegenrijke of hetilooze gevolgen na zich sleept

* * *

Ik heb deze verzameling ontkenningen, waardoor schijnbaar de mogelijkheid eener aannemelijke Inleiding op mijn werkje werd buitengesloten, voorgelezen aan een even vernuftigen als belangloozen vriend, die, na

Sluiten