Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mis iets te vergeten, en dat de plicht op me rust, een menschelijkerwijze onmogelijke volkomenheid van arbeid te leveren, mokte en wrevelde tegen het ontbreken der prijzen bij de boeken. Ik weet zelf niet, waarom ik die verleden jaar niet heb toegevoegd. Waarschijnlijk heb ik er niet aan gedacht

Het is niet altijd gemakkelijk te zeggen, waarom men eenig voorwerp niet van een prijsaanduiding voorziet Men doet het zeker nooit, als men niet van plan is, het voor welk bod dan ook af te geven. Nooit, zoover ik althans weet, ziet men een gezin ontbijten voor geprijsde boterhammen, broodjes, kaas, rammenas en eieren. Men doet het evenmin als men redelijkerwijze onderstellen kan, dat niemand op het voorwerp een bod zou doen; — zoo ziet men nooit een prijsbriefje geplakt op een half opgebruikt potlood, op een hoed, dien men op zijn hoofd heeft, of op het bed, waarop men van plan is te gaan slapen. Men onderstelt niet, dat iemand zou binnenkomen, om het ontbijt uit te koopen, of door een reusachtig bod, zou pogen zijn evennaaste van de meest onmisbare voorwerpen te berooven. Maar in deze gevallen verkeeren wij hier niet, — want de boeken zijn wél te koop en er zijn zeer zeker wèl menschen, die ze bij uitgevers of boekhandelaars willen aanschaffen.

Zij hebben ook een werkelijken prijs; zij verkeeren niet in het geval van lucht, zon, maan, sterren, regen en mist, waarvoor geen prijs valt te bepalen, of van sommige menschelijke dingen, die, naar algemeen vaststaat, voor geen prijs ter wereld te koop zijn, — hoewel deze laatste meer en meer tot de verdwijnende soort gaan behooren. .

De boeken hadden dus ordentelijk moeien worden geprijsd; het was een fout van me, dat ik het niet deed; er is bepaald geen ontkomen aan.

Het andere, meer globale • bezwaar tegen de eerste 300 Boekbeoordeelingen is ten eenemale vernietigend. Het is eigenlijk geen bezwaar, doch meer in het bijzonder een doodvonnis.

Het is vervat in de niet minder hoffelijke dan treffende opmerking, dat ik voor niemand op de wereld gezag heb als recensent Ik ben daarvoor onder andere te nerveus, wat in het hollandsch beteekent: te zenuwachtig.

Zoo moet ik dus geacht worden het best te doen: voortaan mijn mond1 over boeken tè houden.

Dit wordt inderdaad zeer ernstig.

Er zit niets anders op, dan de vele honderden menschen, die verleden jaar mijn 300 Boekbeoordeelingen raadpleegden, aan te raden, hun redelóoze en eigenwijze vooringenomenheid ten mijnen gunste te laten varen, en dit jaar van mijn Wegwijzer door de Romanlectuur geen de minste notitie te nemen.

Ik voel mij niet bij machte meer te doen; om dit overwegend bezwaar uit dén weg te ruimen.

Nu zou ik gevoeglijk kunnen eindigen, na mijn dank aan de R. K. Pers en de lezende menschheid te hebben gebracht voor de groote welwillendheid, waarmee zij de eerste 300 hebben ontvangen en stellig deze

tweede 300 eenzelfde vriendelijke ontvangst bereiden.

Sluiten