Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER INLEIDING.

De vrienden, die mij welwillend aanboden, den druk en de uitgave dezer Boekbeoordeelingen op zich te nemen, vroegen mij eene inleiding op het boekje te schrijven.

Ik zie de noodzakelijkheid, althans de wenschelijkheid eener dergelijke inleiding gemakkelijk in.

De moeilijkheid is alléén, ze niet al te prozaïsch te maken, iets, waarvoor, bij de meer dan gewoon prozaïsche stof, een alles behalve denkbeeldig gevaar bestaat. Laat nfij vier dingen mogen zeggen: 1° Waarom ik deze Boekbeoordeelingen schreef; 2° Voor wie ik ze schreef, en dus: 3° Volgens welken maatstaf;

4° Waarom ik het nuttig acht, dat ze in één geheel verschijnen.

i.

Hoe kwam ik er aan, juist deze soort boeken te beoordeelen in „de Tijd"? Door een denkbeeld, dat mij sinds lang vervolgde, sinds ik in de boekenwereld rondzag; — en het liet mij maar niet los.

Ik kan 't het best duidelijk maken in eene vergelijking.

Het is zeer wel mogelijk, dat de helling van den hoogen heuvel van den Imbosch, diep achter het Herikhuizerveld boven den Ziiperberg en de „Kaap" van Rhederoord bij Arnhem, veel steiler en gevaarlijker 'is dan de helling van den Bloemendaalschen weg; en toch staat niet op den Imbosch en wèl op den Bloemendaalschen weg een bordje: „gevaarlijke helling"; omdat daar veel menschen voorbij komen en bij den Imbosch niet; ook omdat-het gevaar der helling bij Bloemendaal niet zoo dadelijk ieder in het oog valt, als waar men op een hei een witten zandheuvel piekrecht in de hoogte ziet staan.

Ook is het best mogelijk, dat de weg in de „Onzalige bosschen" bij Arnhem veel moeilijker is te vinden dan in de buurt van den Velper-weg; en toch staan in die bosschen geen wegwijzers en op den Velper-weg wèl; handjes, die heel precies aanduiden, hoever het nog is en waarheen.

Zoodat de denkende menschheid klaarblijkelijk bordjes met „gevaarlijke helling'' plaatst, niet waar enkel een steile helling is, doch waar het gevaar de menschen dreigt, van wege de steile helling te verongelukken; en wegwijzers, waar niet enkel de juiste richting moeilijk is te vinden, maar waar men tevens meent, dat ook Adams-kinderen in genoegzame hoeveelheid zullen voorbij komen, om de moeite en de kosten van een wegwijzer te loonen. Het zou toch al heel belachelijk zijn, midden op de Mookerhei een wegwijzer te plaatsen met 24 handjes: Amsterdam, Bussum, Hilversum, Baarn, Zeist, Arnhem, Zevenaar, Nijmegen, den Bosch, Tilburg, Breda, Rotterdam, den Haag, Leiden, Haarlem aan den éénen kant, — en aan'den anderen kant: Goch, Crefeld, Gladbach, Maastricht, Sittard, Roermond, Venlo, Helmond en Eindhoven. Iemand, die er toevallig langs kwam gekuierd, zou z'n oogen niet gelooven en in zich zelf mompelen: „Zijn ze hier wat mal geworden!"

Is mijn denkbeeld nu duidelijk?

Op het moeilijk terrein der lectuur, heb ik al sinds jaren de bordjes „gevaarlijke helling'' willen hangen, daar waar het gevaar het meest onloochenbaar is, — te ernstiger, omdat het zich zoo listig verbergt in argeloos uitziende boekjes, — te dreigender, omdat de meeste menschen deze goedkoope pers-producten het gemakkelijkst en bijgevolg het meest koopen; heb ik al zoolang „wegwijzers" willen plaatsen, daar waar de meeste menschen onergdenkend langskomen: bij spoorwegboekenstalletjes, kiosken en goedkoope leesbibliotheken.

Daar is 't bordje, daar de wegwijzer het meest onmisbaar; daarom liet ik op deze boeken en boekjes allermeest mijn aandacht vallen.

Wie dat niet met mij eens is, moet 't maar zeggen.

Die leeft in een andere wereld dan ik.

Sluiten