Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgen was hij altijd somber; bleef lang op zijn kamer en sprak met mama haast geen woord.

EERSTE HOOFDSTUK

De Groote Brink.

Wm

|\e oude mevrouw had de courant, secuur weêr in de •I—' plooien gevouwen, neêrgelegd op het verantafeltje naast haar brillehuis, en staarde nu met haar bijziende oogen naar het grasveld, waar Annie met haar duiven bezig was.

De najaarszon die, in zoelige warmte aangedreven door het loome windje, koestrend om haar hoofdje hing, lag ginds in wijde banen glanzend brons over de fluweelige gazons van 't park tot aan den opstand van het zwaar, schel-gèlend geboomte, waarachter de moestuin verborgen lag. En in 't midden, wit zich hoogend naast den halven cirkel vlammende dahlia's, stond op het glad zich strekkend grasveld de duiventil, haar gulden windvaantje parmantig spitsend in de lucht.

De oude mevrouw, van uit haar hoekje, zag vaagjes Annie op het witte laddertje, een paar duiven als witte beweeglijke vlekjes tippelden aan den voet van de til. Toen hoorde zij Annie's stem, heel ver, die lieve, lokkende geluidjes maakte, en meer duiven kwamen nu onder de til, van links en rechts aankleppend, en ze vlogen weêr op, na wat rondgedrentel op 't groene gras, en de oude dame wist hoe ze nu op Annie's schouders zaten en hoofd, misschien wel korrels pikten tusschen Annie's lippen.

Het lieve, lokkende geluid hield aan; mevrouw Hada zat heel stil in haar rieten veranda-stoel geleund om er naar te luisteren, en haar oogen, branderig een beetje van het scherpe turen in de verte van het zonnig park-verschiet, hingen droomerig aan de roode wingerdranken der veranda-spijlen: bloedende blaren, als wonden van den doodgaanden zomer.

Mevrouw Hada zuchtte. Nog enkele dagen en 't zou te

Sluiten