Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder, den grooten lila hoed-met-veêren. De chef keek, de enkele reizigers keken, de witkiel... Van over het horretje uit het gebouw gluurde een klerkje.

Zij beet haar tanden stijf in haar onderlip; ze had al die menschen willen slaan, willen wègslaan met haar parapluietje. O, ze was blij dat ze overmorgen wegging uit dit akelige dorp. Ze haatte die menschen, dat vulgaire plebs — ze haatte ze ...

Maar op het stationsplaatsje bracht het gezicht van de dogcart haar in nieuwe verlegenheid; moeder was alles zoo in de puntjes gewend.

— Grootmoeder had het rijtuig met den koetsier willen zenden, maar ik vond de dogcart gezelÜger... legde zij uit, terwijl het palfreniertje mevrouw Hada hielp met instijgen. — Qu'il est comique, ce petit dröle 1 lachte die naar Annie heen, en even later wielerden zij den weg af naar 't dorp.

Mevrouw Hada keek haar dochtertje onder 't rijden eens van ter zijde aan en knikte. — C'est cela! Tu n'es donc pas devenue si provinciale comme je me 1'avais imaginé, zeide zij, gebruikende de vreemde taal met het oog op het mannetje achter hen. — Alleen die sproeten, doe je daar niets tegen? En valt de tijd je nu nooit wat lang: zoo'n heele zomer bij grootmoeder 1 Ik zou me er dood kniezen, geloof ik.

Maar Annie, dadelijk vol vuur, verdedigde grootma en De Groote Brink. — Ah mais non, ce n'est pas du tout ennuyeux ici; moet u niet denken. Er is van alles: paarden, honden, duiven, en op „Dennenhorst" zijn tennisbanen. En grootmoeder kan allergezelligst zijn: een lieve oude dame hoor, niets stijf of om je bij dood te kniezen 1...

Boven haar los gestrikte zwart-en-witte jabot lachte mevrouw Hada haar tandenlach. Haar geelgeganteerd handje legde zij even streelend op de hand van Annie, die de leidsels hield. — Wat bèn je nog jong, verrukkelijk jong Ans; 'k gaf er wat voor als alles me nog zoo emotioneerde als jou...

Annie lachte. — O moeder, maar er zijn ook nare dingen. Als de notaris op vizite komt of de dokter, zoo'n oue vieze man, da's vreeselijk. En dan mijn zoogenaamde „lessen" bij juffrouw Verheide! „Juffrouw Annie, mag ik misschien vragen of u wellicht weet..." Altijd van die omhalen; 't is om te gillen. Toch wel een goed mensch anders, al is ze ook in-„b.g." x); voor 'thuishouden heeft grootma bepaald veel

1) Annie spreekt deze letters op z'n Engelsen uit als één woord: biedziie. Zii bedoelt daarmede „burgerlijk". (Noot van den schrijver).

Sluiten