Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor haar kleerkast had zij daarna lang geaarzeld wat

aan te trekken. Ze had veel lust zich mooi te maken, héél mooi; maar ze durfde niet. Wat zou grootmoeder zeggen. En ook mama zou het gek vinden en juffrouw Verheide en de knecht, o foei nee, ze durfde niet: zou zich dood schamen. Ze had toen maar een wit serge jurk genomen; zou beneden een theeroos in haar ceintuur steken. Wacht, dat I vieze ding van van morgen kon in de mand; ze was er meê in 't duivenhok geweest en die vuile pooten van Castor en Pollux kreeg je er toch niet uit.

Voor te gaan naar beneden, bleef ze nog een oogenblik voor 't venster staan.x't Was nu schemerdonker buiten. Beneden op 't grint hoorde ze geknars van klompen; een oogenblik later zag ze Bertus in zijn blauwe jas naar den stal gaan. Ze dacht aan moeder. Hield ze van moeder? Ze wist het niet. 't Was haar eigen moeder niet en ze hoefde dus van moeder niet zooveel te houden als van papa en ook niet zooveel als van grootma... Toch geloofde ze wel dat ze van moeder hield, en in elk geval vond ze moeder heel mooi. O, 't was leelijk, maar ze was jaloersch van I moeder omdat ze zoo mooi was; ze voelde er zich zoo I nietig en zoo dorpsch bij, al had moeder dan ook gezegd I dat ze niet erg verboerscht was. Sommige menschen vonden moeder heelemaal niet mooi: mevrouw van Dwingelo in Den Haag wist ze zéker, en dan, ze geloofde ook niet dat ij grootma moeder mooi vond. Van grootma kon ze 't, als ze 't naging, ook wel begrijpen: grootma was zoo anders; ze hoorde zoo heelemaal bij De Groote Brink, terwijl moeder — neen, die hoorde er nu zoo in 't geheel niet bij...

Met die gedachte wipte zij de trap af naar beneden m voor 't diner.

's Avonds, onder 't uitkleeden, was zij vol van Mama, zooals zij andere avonden vol was van De Groote Brink. Op haar kaptafel stond de doos likeurbonbons, van moeder gekregen; af en toe, onder 't borstelen van haar haar, snoepte zij er een met gretige vingers. Aan tafel was mama al dadelijk begonnen te vertellen van Wiesbaden, van Homburg en van haar reis... En hoe eenig, eenig, éénig toch, dat mama daar in Wiesbaden Henk de Pretere ontmoet en met hem gedanst had! Moeder gedanst met dien stijven Henk; wie had dat ooit kunnen denken 1 En hij is zooveel jonger, nog zoo'n jongetje, net twintig, geloofde ze.

Sluiten