Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoven zijn schommelstoel door de zwaarte van zijn dikke lichaam zoo ver mogelijk naar beneden gedrukt en reikte hij. hijgend naar voren gebogen, zijn arm naar het aschbakje, dat wat buiten zijn bereik op een tafeltje voor 't haardvuur stond. Zijn linnengoed knisterde; zijn mouw, door het armrekken, stroopte wat op en het de gansche hei-witte manchet bloot met den grooten gouden knoop als een gouden gulden. Zijn sigaar scheen onder 't praten uitgegaan, want hij hield zijn stoel nog even gewipt, terwijl hij een lucifer afstreek, die als een snel op en neêr gaand vlammetje een oogenblik zijn groote, blanke hand be-roste; toen: Pfff... het hij zich van de inspanning achterover zakken in zijn stoel, die schommelde, schommelde. Annie moest zich goed houden om 't niet uit te proesten. Wat was oom toch. een beer; je kon wel zien dat hij zijn halve leven op het land had doorgebracht. Ze begreep niet, waarom mama zoo met hem schwarmde. Zoo dik en rood als hij daar lag, zelfgenoegzaam kringetjes blazend, in zijn zwarte heerenpak, nauw spannend om zijn.buik, met zijn glimmend' gezicht en kwastig opgedraaide blonde punt-snor, was hij voor haar het type van een burgerman, een zich rijk-gescharreldhebbenden bankier of directeur van een levensverzekering. En toch bekleedde oom een tamelijk hooge betrekking in 's lands dienst; had hij wel kans naar men zei, om met de nieuwe verkiezingen minister te worden. Het schamperde in Annie's gedachten: zoo'n man ministerI een hoofd-officier in politiek maakte beter figuur dan oom Dolf. Hoe was het toch mogelijk, dat moeder ...

Zij zag haar moeder, slank, gracieus, in haar bruin-fluweelen japon, waarboven haar gezicht te blanker oplichtte, aandachtig luisteren naar wat oom Dolf nu vertelde. Wat klonk zijn stem aanmatigend, dacht Annie; wat scheen hij met zichzelf verbazend ingenomen. Hoor nu, hoor hem mr'over zijn vroeger leven op zijn landgoed, alsof dat zoo verbazend interessant was geweest... „Wil je wel gelooven, ma chérie, dat er dikwijls heele dagen voorbijgingen, waarin ik niemand zag, niemand sprak dan mijn huishoudster, of een enkelen boer dien' ik op mijn wandelingen over de velden ontmoette. Geen beschaafde conversatie, geen lectuur bijna, tenzij dan mijn vakbladen; niets dan die eeuwige heigronden met hier en daar een schrale pachtershoeve... Zeker, voor mijn werk was 't uitstekend: al mijn willen, mijn kunnen te concentreeren op mijn plannen van ontginning, kanalizeering, en ik zou nooit gekomen zijn waar ik b e n, als..."

Sluiten