Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Sophie Hada was dien ïmorgen lang op haar kamer gebleven. Het bal bi] de van HiemstiB's, den vorigen avond, had langer geduurd dan goed voor haar was met haar ellendige migraine. Zij was laat opgestaan; 't was 200 goddelijk in bed, nu 't al 200 koud werd daarbuiten. Eigenlijk vond zij het bed de eenige plaats waar je absoluut verlangeloos kon 2ijn; waarin je niet het gevoel had of het leven je wegslipte tusschen de vingers; waarin je, 2alig doezelend, zoo tusschen waken en droomen den tijd vasthield : het heden-oogenblik dat genot was. Maar ook het voorbijë hield je vast zoo tusschen de dekens, in de intieme omslotenheid van je slaapkamer. Buiten hoorde je het dagleven al weêr voortgaan, voortratelen, voortjachten; en als je eenmaal op was moest je meê, onverbiddelijk, meêjachten, meêratelen; was het als wierp je je in een stroom die je meevoerde, weg van het verleden, van het heden ook, meê naar weêr nieuwe verschieten. Daarom hield ze van hetleven, omdat het je telkens nieuwe verschieten gaf, je bewaarde voor doodgaan, vegeteeren. Maar 't was te rusteloos; je kreeg te veel. 't Was als met spijzen die je geen tijd had te verteren, die je maar doorslikken moest, haastig, halfgenoten. Was het daarom niet dat jé hongerig bleef, altijd maar weêr naar wat nieuws greep, zonder ooit geheel verzadigd te worden ?...

Zoo had zij gedacht dien morgen, na het bal bij de van Hiemstra's. En daarom was zij zoo' lang in bed gebleven, zalig zich rekkende tusschen de lakens, omdat ze in bed, op haar kamer, als het ware nog buiten het leven stond, als op een eiland in den stroom van de rusteloos elkaar volgende dagen, een eiland van het nü, waarin 't verleden en de toekomst samenvielen in één punt van zoet-intens genieten. En dat ééne punt was nu, dezen morgen: het bal

van den vorigen avond Terwijl zij zoo lag, op haar

rug. de handen onder 't hoofd, in een heerlijke ontspanning van al hare leden, hield zij het feest nog vast: de kleurige; zaal, al het licht, het groen en de bloemen. En ze savoureerde nog eens, als gisteren, de bedwelmende wals-melodieën, en zij knipte de oogen nu. als gisteren, onder 't verboden genot van gefluisterde woorden...

Sluiten