Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

vacantie. — Hè, gezellig Rob! en nu blijf je een heelen tijd nietwaar ? Maar pas op, meneer, je zult het niet gemakkelijk hebben hoor I Weet je wat je voorland is ? 's Morgens vóór het ontbijt met Caesar en mij een wandeling door het bosch; dan een paar uur heel stil zijn en volstrekt niet op je kamer zingen, of hard de trap oploopen, als ik les heb; — dan moeder en Miss Norton en mij — en papa ook als hij er is — aan de koffie aangenaam bezig houden met een interessante conversatie; daarna...

— Zeg Ans hoü op alsjeblieft, of ik ga dadelijk weêr naar Leiden terug 1 lachte Robert.

— Sst, stil, 'k ben nog niet klaar, 's Middags ga je af ene toe wat met mij toeren of fietsen en komt daarna op mijn

kamer afternoon teaën, en 's avonds au, schei uit Robert,

au 1... 't is of je handen van ijzer zijn!...

Hij had haar lachend bij de schouders gegrepen; rammelde haar door elkaar. — 'k Ben toch blij dat ik mijn zusje weêr eens terug zie, al zal mijn gemakkelijk leventje nu uit zijn, naar ik merk. Enfin, da's wel goed, hoor je zusje I ringeloor me maar, zie me maar vroeg op te krijgen; dwing me maar je bezig te houden en hoü jij mij dan óók bezig, — laten wij eens een gezelligen tijd samen hebben... Ik heb het noodig...

Hij sprak schertsend, maar zag Annie niet aan bij die laatste woorden; zijn blik waarde weg in 't onbestemde, en onder de scherts' van zijn woorden hoorde Annie een ernst trillen, die haar zelf ook even ernstig maakte, in een vagen angst.

Ze waren met z'n beidjes alleen in de tuinkamer. Hij zat achterstevoren op een stoel naar haar toegedraaid, de leêren zitting tusschen zijn knieën, zijn armen steunend op de eiken leuning; zijn jongensachtig, beweeglijk gezicht met den fijnen neus en 't niet-hooge voorhoofd, waarboven zijn bruin-glanzend haar met de bleeke scheiding netjes gegolfd lag (iets te fattig naar Annie's zin: ze besloot het weêr eens duchtig in de war te maken 1) en de bruine oogen, die nu eens trouwhartig blikten en dan weêr schichtig wegstaarden in de ruimte — Annie kende het alles zoo goed en zij voelde, nu, als telkens wanneer zij na maandenlange scheiding haar broêr weêr terug zag: hoe ze van hem hield, misschien meer zelfs dan van papa en meer dan van juf, en, heel misschien, zelfs

méér ' dan van grootma ; hoe ze van hem hield om dat

jongensachtige, dat trouwhartige, dat beweeglijke in zijn spreken en gebaren. Hij had een hooge stem, die soms klonk als

HÉHflÉ

Sluiten