Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had verbouwereerd haar neus om de deur gestoken... damesgezelschap dat vertrouwde ze maar half, legde Robert lachend uit. Annie voelde zich beleedigd. Zoo'n mensch... maar ze hadden misschien wel reden soms wat achterdochtig te zijn: je hoorde immers wel van vrouwen die soms... jakkes nee, wat had zij met zulke dingen noodig... hoewel ... 't zou toch wel leuk zijn iets meer van 't studentenleven af te weten... Robert vertelde haar natuurlijk nooit meer dan voor een meisje „oirbaar" wasl Toch hoopte zij dat Rob niet was als zooveel anderen... foei neen... Was ze nu maar zijn oudere zuster, dan zou ze hem kunnen waarschuwen. Nü zou hij haar natuurlijk uitlachen...

's Middags, om een uur of vijf, kwam hij meestal een kopje thee halen,in haar boudoirtje. Dan stond ze duizend angsten uit voor haar nieuwe satijnhouten meubeltjes. Al oreerend kon hij ze zoo deerlijk met die lange, dunne vingers mishandelen. Ze zag hem altijd trommelend of op een stoel rijdend; soms kon hij „in het vuur van zijn betoog" een van haar stoeltjes opnemen, het door de lucht zwaaien en weêr neerzetten, natuurlijk op een plaats waar 't heelemaal niet hoorde. Een paar maal bad er al iets verdacht gekraakt.

Maar soms zat hij toch gezellig stil, zijn lange beenen over elkaar, een cigaret te rooken. 't Was wel niet goed voor haar gordijnen» maar tant pis. Een enkele maal ook, zaten ze beiden te dampen, hoewel zij het niet erg lekker vond. Alleen was 't wel leuk er zoo wat meê tusschen je vingers te spelen en zoo dood op je gemak den rook tusschen je toegespitste lippen te blazen. Dat gaf zulk een heerlijk gevoel van rust.

V

Met een schok stonden zij stil. Mevrouw Hada, half op van haar plaats, het hoofd ongeduldig rekkend uitdeveêren omkraging der sortie, die in kreukelige vouwen met haar opstaan meêplooide, keek door 't beregende porfierraampje naar buiten, verveeld door dit oponthoud. Het licht van een lantaren brak zich tot korrels rood goud in de dikke droppels, die met straaltjes langs de geslepen glas-schijf neêrdropen; vaag-verwaaid gingen af en toe donkere schaduwen aan de portieren voorbij.

Annie rilde onder haar dunne shawl; het tochtte hier op dat achteruit-bankje. Haar moeder zette zich weêr. — Ik

Sluiten