Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de zaal. Hij had haar een hand gegeven, en zijn oogen hadden haar aangezien, één oogenblik, doch diep-dringend, als merkte hij haar nü eerst op. Zij voelde zich rood worden tot in haar hals. Wat 'n akelige vent, dat doet hij er om, dacht zij verward, onderwijl maar vaag hoorend zijn gefluisterde afscheidswoorden: dat hij hoopte hoe hun „club" dezen winter nog eens bijeen zou zijn... en zij dan vooral niet zou ontbreken ...

Zij zat nu weêr in de zaal te zien, diep ademend, met kloppend hart; de binocle, die Josine haar gereikt had, beefde in haar hand, en ze kon niets onderscheiden dan een warrelenden kleuren-chaos. Uit de zaal klonk handgeklap; 't was als ver... En toen het scherm gerezen was en het tooneelperspectlef voor haar starend oog nu langzaam tot de vormen groeide van een tropisch-vreemd gewest — was het haar, als dwaalde zij daar zelve, ver van Den Haag en verre van deze zaal, al die menschen... alleen met hèm...

VI

Sophie Hada liep met Caesar langs de huizen van 't Korte Voorhout. Slank en grijs in haar tailor-made, ging zij, den hond kort bij den halsband aan de leêren zweep houdende. Caesar trok weêr verschrikkelijk vanmorgen, en zij had geen lust zoo te vliegen; 'twas veel te lekker buiten, de enkele uren van den dag dat in dezen tijd van 't jaar de zon scheen. Ook moest ze nadenken, hoe nu te doen, nu Lou weêr terug was, gisterenavond laat hals over kop was teruggekomen, moê en kribbig, in 't holst van den nacht. Die man hield er altijd van die zonderlinge gewoonten op na. Waarom was hij nog maar niet wat in Parijs gebleven ? ...

Caesar trok, en zij, boos, gaf hem een nijdig tikje met de hondenzweep. Het dier, een mooie Newfoundlander, met iets van de statigheid van een leeuw, jankte licht en wendde den kop om naar zijn meesteres, die even lachte.

In de Hooge Nieuwstraat vond ze vóór den stal Kees met het groompje bezig de dogcart schoon te maken. Breeddoorvoed in zijn tot op de klompen hangenden blauwen kiel stond het wat te kleine mannetje uit een gieter een fontein van water over het rechterwiel te sproeien, door het blozend groompje in beweging gebracht. Toen ze „mevrouw' zagen aankomen, zette de koetsier terstond den gieter neêr ; nam zijn zilver-gerande pet af. Het palfrenlertje, confuus.

Sluiten