Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij werd meer dan eens aangezien door de menschen die haar voorbij kwamen; sommige heeren, als buiten hun wil, maar gedwóngen door iets dat in haar verschijning lag, iets overheerschends, iets trotsch-bewusts, namen hun hoeden af, zagen, gepasseerd, nog even om. Sophie Hada deed dan of ze het niet merkte, sprak tegen Caesar, keek in een winkelruit; maar bij dat alles Week de sneer, die als dat even-verfijnd-kwajongensachtige was, niet van haar mond.

Op den terugweg, in de Hoogstraat, ging zij even bij een banketbakker binnen om iets te bestellen; at een tom-pouce.

VII

„Meneer..." boog de boekhandelaar, de deur openhoudende ; tegelijk met zijn oogen wenkende naar het bediendetje, dat boven op een ladder, plumeau-onder-den-arm, in de boekenrijen te scharrelen stond, nu haastig, als een aap, naar beneden klom, en een stoel neerzette voor de

Ltoonbank. Vluchtig tipten zijn vingers nog even de bonte reeksen brochures en fransche romans langs, recht duwend er hier en daar een die te ver uitstak buiten de rij, en

rstuivelde de plumeau over het toonbank-oppervlak, waarna met een kwastigen zwaai de veêrbos onder den oksel verdween van den jongen die, plumeausteel in den arm gekneld, hand op de stoelleuning, nu boog als zijn patroon: „Meneer!..."

De heer Hada, in zijn bruine bontjas, die vreemd breed en drukkend zijn tengerte omsloot, had even geknikt, en doorschreed pasje voor pasje, voorzichtigjes, als bang te vallen, zwaar-steunend op zijn wandelstok, de rtiimte van de winkeldeur tot aan de toonbank; zijn borst hijgde asthmatisch, en hij wischte zich met zijn zakdoekje het voorhoofd.

— Warm buiten meneer! Niks geen winter... zei de j winkelier, den bediende wat influisterend, die dadelijk tusschen de boekenrijen opzij aan den wand begon te zoeken, vlughandig er hier en daar een uit kantelend. • Met een zuchtje het Hada zich op den stoel zakken; zijn ; donkere oogen in den gelen kop met het zwarte kroesbaardje staarden dood voor zich heen in 't scheemrig winkelruim. — Ja... ja... te warm eigenlijk voor zoo'n dikke jas... |prevelden zijn lippen, terwijl zijn lange, tanige vingers de knoopen lospeuterden.

Sluiten