Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i— Er is niet veel nieuws meneer, begon de winkelier, — niet veel uitgekomen in de laatste dagen. Het nieuwste nummer van „Je sais tout" al gezien... en dan heb ik hier een nieuwe Conan Doyle, en hier, in die nieuwe sixpenceeditle: „The scarlet Murder"...

Als afwezig nam de heer Hada de boeken aan die de boekhandelaar met een beleefd gebaar hem overreikte. Langs zijn vogeligen neus heen gleden zijn oogen over de plaatjes ais zag hij niet, en zijn vingers ritselden droog tusschen de bladen. Eén plaatje scheen even zijn aandacht wat strakker te spannen; in zijn oog kwam wat meer leven, en hij bracht het boek iets dichter bij zijn gezicht; zijn lippen prevelden het onderschrift.

— Hier hebt u de nieuwe „Prins" en hier 't laatste nummer van de „Revue der Sporten", en hier... de „Almanach galant"...

De winkelier sprak den laatsten titel aarzelend uit, lei het kleine boekje in 't gekleurde omslag wat opzij van de andere boeken en tijdschriften, half bedekt.

De heer Hada scheen niet te hooren; zijn onrustige vingers mishandelden het gladde papier van de Revue der Sporten, waar fraaie afbeeldingen van paarden in stonden, die hij aandachtig bekeek. Toen, eindelijk, legde hij de aflevering neer. ~ Dat moest u mij maar zenden, zeide hij; — de paarden zijn heel mooi, héél mooi... en tegelijk haalden zijn vingers, als met een ingehouden drift, het kleurig boekje van onder een Woche-nummer te voorschijn. Als onverschillig bladerde hij er in, las hier en daar een regel, lei het zwijgend weg bij het sport-nummer dat hij besteld had. Toen stond hij op.

— U moet mij van 't andere maar eens wat ter inzage zenden; ik ben wat gepresseerd...; die Conan Doyle, en hier die deeltjes sixpence, en Nellson library, en dan... bier... dit... kan u er ook wel bij doen... 't is wel niet veel zaaks... maar ik wil toch wel eens zien... üche üche üche... Goeie morgen heeren, dank u, ik kom er wel uit

Op straat ging hij voetje voor voetje langs den huizenkant. Een paar heeren groetten hem; hij kon ze niet thuisbrengen; zeker kennissen van zijn vrouw... hij was in een heelen tijd ook niet in Den Haag geweest... hij kon hier niet wennen; en toch...

Een hoestbui overviel hem; hij moest even stil blijven

Sluiten