Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kamer in; zijn magere vingers krauwden in zijn baardje. Van 't Alexanderveld klonken schetterende trompetstooten.

Toen schrok hij op door een tikken op de deur. 't Was de meid die het pak kwam brengen van den boekverkooper.

De heer Hada was heel blij voor deze afleiding; de gedachte aan Ninon had de behoefte aan vrouwenschoon bij hem opgewekt, als 't verlangen naar prikkehnde kruiden op de tong. Met gretige vlugheid sneed hij de touwen door en zocht tusschen de boeken en brochures of er iets bij was dat hem bevredigen kon. Daar had je... o, wacht: „Le Nu au salon"... deze Venus leek heusch wel wat op Ninon; alleen was Ninon nog slanker, nog ranker gebouwd; tóch leek zij er op.

Niet gegeneerd hier door de blikken van den boekhandelaar en diens bediende, boog hij zich dieper over de prent, de gestalte in zich opzuigende. Toch bleef zijn bloed koel en traag; hij bemerkte het verdrietig; 't was niet meer als vroeger; het gaf hem geen bevrediging meer. Alleen de werkelijkheid kon hem nog warm maken, het bloed in zijn polsen aan 't branden brengen als vroeger, toen hij jong was. En de werkelijkheid was Ninon, in Parijs, en met Ninon was het uit...

Want dat voelde hij zoo, opeens: dat het uit was. Zelfs al wilde Ninon, na wat gebeurd was... dan nog zou hij... nu hij wist... ba, ba!... hij wilde er niet aan denken; 't was uit, 't was üit...

Hij voelde tranen in zijn oogen komen; hij werd heel week, en hij dacht aan zijn kinderen:. Robert en Annie. Hoe ver stonden ze van hem af; wat wist hij eigenlijk van hun leven en wat voelden zij voor hem ?

Vroeger, op De Elze, toen ze klein waren, was hij wel iets voor ze geweest: eerst voor Robert en toen die naar kostschool was voor Annie. Die avonden, dat hij met haar voor het vuur zat, hij met z'n kleine meid alleen, en sprookjes vertelde... dat zou hij wel nooit meer voor ze kunnen worden. Hij werd met den dag meer menschenschuw, zei Sophie altijd, en dat was wel zoo: hij was nu zelfs bang voor zijn kinderen. Toch hield hij wel van ze, vooral van Annie; die was zoo vroolijk en onbedorven, nog zoo'n echt kind. Misschien als ze naar Gelderland terug gingen... naar buiten... waar 't stil en vredig was; waar je andere lucht ademde... dat dan... hij weêr meer voor zijn kinderen worden zou; voor Annie vooral, die zoo veel van

Sluiten