Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't buitenleven hield, liever bij moeder op De Grdote Brink was dan thuis. Het reizen begon hem zoo te vervelen, en 't kostte zoo veel. En buiten, tusschen de bosschen, zou hij misschien ook weêr gezonder worden, en... meer voor zijn kinderen kunnen zijn... Waren zijn kinderen per slot van rekening niet alles wat hij bezat ?... Hij voorzag wel een strijd met Sophie, die het buitenleven horrible vond, en hij was bang voor strijd. Alleen, 't had nog geen haast; 1 hij zou Dolf eens schrijven; die moest hem eens meêdeelen hóe het met de zaken eigenlijk stond...

De heer Hada was heel opgewekt geworden; en in die opgewektheid was het pak van zijn boekhandelaar daar vóór hem, iets dat zijn prettige stemming nog verhoogde. Hij zou nu geregeld weêr gaan werken, lederen dag zijn registers I bijhouden, en dan niet aan Ninon meer denken; dat was die vrouw toch immers niet waard ...

Hij kreeg zijn sleutelbos en opende een der kastjes van >zijn bureau ministre, waaruit hij een pakje notitieboekjes nam, met glimmend bruin kartonnen omslagen en roode rugjes. Hij legde de boekjes naast elkaar en vergeleek de titels op de etiketten. Sinds hij terug was van zijn reis had hij er jnog niet in gewerkt; in 't buitenland wèl dikwijls er aan gedacht, als hij in een spoortrein zat te soezen, of alleen 'liep in een drukke straat: hoej die boekjes daar nu rustig thuis lagen, in de Laan Copes, op zijn kamer, in het veilig 'donker van zijn schrijfbureau. En dan was het altijd een genot geweest te denken hoe hij, eenmaal thuis weêr, zijn kastje zou opensluiten en de boekjes ter hand nemen als oude bekenden, waarmee hij dan rustig weêr alleen zou zijn, in zijn stille kamer.

Daar lagen ze vóór hem, in een rij, en hij las de titels: „rekening-journaal", „zicht-journaal", „nominatie-journaal", „nul-journaal"... Een glimlach ontstrakte zijn lippen. Die opschriften klonken wel „echt"; dat leken wel termen die 'men in de boekhouding gebruikte; wel aardig had hij ze verzonnen, vond hij steeds. Prettig toch dat hij dit had in zijn leven: zijn werk! En met de spitsen van zijn vingers begon hij te bladeren; zijn oog genoot van de lange rijen keurig ingeschreven boeken-titels zwart-op-wit, mooi-regelmatig: de namen van de schrijvers vet of schuin, de titelszelf met een wat dunner steilschrift daarachter. En achter de blauwe lijntjes de prijzen: een mooi gezicht al die cijfers recht onder elkaar. In het „rekening-journaal" noteerde hij de boeken die hij voor rekenina besteld en ook nntvnnnm

Sluiten