Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, al beschuldigde zij zich vaak dat zij zoo weinig aan hem dacht. Toch — in haar gedachten leefde hij als iets liefs, met zijn donkere fluweelen oogen en zijn zachte handen, net vrouwehanden, waarmede hij haar over 't hoofd streelen kon. Hij hoorde bij hare herinneringen van heel lang geleden, den tijd dat zij nog op het buiten in Gelderland woonden: De Elze. Nog altijd ziet zij voor zich dien eenen zomerdag, toen papa haar had meêgenomen naar den stal — ze was een Beel klein meisje nog — en gezet boven öp een der groote paarden. Eh dan die oogenblikken 's avonds in de groote zaal met schilderijen, als zij op zijn schoot klom en hij vertelde... Later, toen papa was hertrouwd, was er veel veranderd. Mama hield niet van buiten; mama dat was Den Haag, zooals papa De Elze en grootma De Groote Brink was... Papa en mama waren niet gelukkig samen; tenminste zij, Annie, stelde zich heel iets anders voor van geluk. Alleen — als zij zich afvroeg wiens schuld het was... dan wist zij het niet; dan geloofde zij van allebei, of van geen van beiden... zij wist het niet. Maar daarom ook verlangde zij dat vader en moeder zouden samen zijn, omdat zij geloofde dat juist die verwijdering vervreemding tusschen hen bracht. Klaagde moeder niet dikwijls, dat vader maar reisde... zonder zich om haar en zijn kinderen te bekommeren?

En nu was papa er weêr — en viel he$ Annie tegen, als altijd. Moeder was ongenietbaar, in a frightful temper, en Robert, haar beste Rob, kon aan tafel of op hun wandelingen zóó somber voor zich uit kijken, of hij zijn laatste' oortje versnoept had. Zóu hij een oortje versnoept hebben? Zijn laatste zeker niet — ze waren goddank rijk genoeg — maar zou hij geld verloren hebben 7 ? Ze had wel eens 't vermoeden dat hij speelde. Enfin, tant pis... bij gelegenheid zou ze 't wel eens zien uit te visschen en hem kapittelen.

Wat papa betreft «# behalve aan de maaltijden zag ze hem weinig. Hij was altijd op zijn kamer of reed op zijn dogcart. Een enkele maal ging ze wel eens met hem meê. zoo 's morgens; — dan reden ze Scheveningen om, waar 't heerlijk frisch was. Papa zei nooit veel; een enkele maal vertelde hij iets van Parijs, van de Opera, het Louvre, de Champs Elysées. Hij had iets beeldigs voor haar meegebracht — uit het magasin du Louvre: een fijn gesneden doos van sandelhout, met allerlei soorten van de fijnste handschoenen. Juf had gezegd: ze was er veel te jong voor, en dat

Sluiten