Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat over de grassprietjes hipte, stil blijvend nu en dan even, en kneuterig zijn pootjes samenwringend bij het kopje; dan voortgaand weêr en duikelend over de halmpjes heen, met vleugels die snel kleurschitteiden in 't zonneücht. — Voor dat vliegje was dit stukje gras nu waarschijnlijk een groote stad met honderden dwarsstraten waar het geen weg wist; de grashalmen waren hooge bruggen: 't was typisch de pogingen te zien die 't vliegje deed om die bruggen te beklimmen...

Toen voelde zij langzaam iets in zich opkruipen; zij voelde het traag gaan naar boven, en 't was als trok het haar borst in. Nu was 't in haar keel; 't zou er uitkomen, voelde zij. Met een snelle beweging had zeen steentje opgenomen ; hield haar adem in; — toen, met een haastig drukje. had ze den steen gezet op het vliegje.

— Mispunt... schold zij zich. Ze keek naar den steen, dien ze niet durfde oplichten; ze had griezel voor bloed; en tóch werd hare verbeelding onweerstaanbaar getrokken tot wat zich daar onder dien steen nu verborg. In de lucht boven haar hoofd gleden wazige wolkjes, van glans door-

i drenkt. Heel hoog schoot de zwarte süp van een vogel. De boomen neigden over 't gras blauwige schaduwen.

— Ben ik gek... of alleen maar laf ?... vroeg zij zich. Ze had wel onder den grond willen wegkruipen.

III

Een paar dagen later, na het lunch, reed zij met grootmoeder eenige vizites in de buurt. De Broeckaerts' bijvoorbeeld waren altijd heel vriendelijk voor haar geweest; hadden trouw geïnformeerd naar het nieuws uit haar brieven, vertelde grootma, en ze zouden Annie zeker zijn komen verwelkomen als een verkoudheid mevrouw niet binnenshuis had gehouden.

Annie hield veel van mevrouw en van Jet — zoo knusjes als die 's winters samen alleen woonden 1 Er waren twee zoons, die studeerden, maar meest den heelen zomer thuis waren. Jet was veel ouder dan zij; zes- of zeven en twintig geloofde ze, maar een snoes, van wie ze een beetje gecharmeerd was. _ _

De tweede vizite was vervelender. De Boudaens nad ze nooit kunnen uitstaan, ofschoon... meneer was wel aardig. Maar mevrouw was afschuwelijk, zoo druk en lawaaierig.

Sluiten