Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Henriëtte en Marguerite waren van die echte schapen nog, tenminste twee jaar geleden; vervelend dat ze daar nu juist meê zou paard rijden. Ze was er anders dol op; in Engeland hadden ze heerlijke tochten gedaan. Maar met die twee hier zou 't maar half prettig zijn. Gelukkig dat meneer tenminste een aardige man was, zoo'n klein beetje een Don Juan geloofde ze. Ah hij nu maar op dat rijden terug kwam? De Boudaens waren de eenigen hier met wie ze gaan kon ...

In haar coupé-hoekje zat ze zoo te peinzen, heerlijk gewiegd door het veerende bakje. Van tijd tot tijd zei ze een paar woorden tot grootma, die dan lief-zonnig lachte met het oude bloedlooze lippenmondje onder 't zwart fluweelen tocquetje. Hoe mooi kwam 't grijze haar daar onderuit; grootmoeder was toch quite an angel...

Daar reden zij al de oprijlaan van Dennenhorst in... daar had je de tennisbanen... en daar de oranjerie, nog potdicht naar 'tleek. Een tuinman stond de paden te harken.

Zij reden om het huis heen, knerpend in 't kiezel. In de serre, tusschen 't plantengroen, meende ze iets roods te zien schemeren van een japon — zeker Jet, die gluurde wie daar aankwamen.

De knecht liet hen binnen in de kleine zij-suite; Jet kwam * met lachend gezicht hun tegemoet uit de achterkamer, leidde hen de serre binnen, waar mevrouw Broeckaerts met een haakwerkje zat. Niets was veranderd in dien tijd; mevrouw scheen wat ouder geworden, maar Jet was nog altijd de gezellige Jet; what a pity toch dat ze niet trouwde!

Annie had het vroeger altijd éénig gevonden de twee oude dames samen te zien. Ze zagen elkaar meest om de veertien dagen; toch was de begroeting altijd zóó secuur als hadden ze elkaar in jaren niet ontmoet. Quite amusing! Mevrouw Broeckaerts was veel jonger dan grootmoeder; het was een forsche groote vrouw met kleine, beweeglijke oogjes en een hoog voorhoofd, waarover de grauw-blonde haarkap stemmigjes glad getrokken zat — op de manier van Miss Norton. Ze droeg meestal een grijze japon, glad en saai, met als eenige verciering een groote gouden broche met groenen steen en een langen horlogeketting van dunne gouden schakeltjes. die een paar maal om haar hals was heengewonden. | Annie hield wel van haar. maar vond haar niet elegant, begreep niet dat mevrouw Broeckaerts zich niet beter kleedde. Vergeleek moeder daar nu eens meê...

Sluiten