Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zou je graag willen dat we Marguerite en Henriëtte Boudaen voor deze season vroegen meê te doen ? aarzelde Jet.

«— O nee, please don't! rilde Annie.

Jet lachte haar witte tandenrij te voorschijn.

Sn O Ans, wat zeg je dat comisch. Hoü je niet van de meisjes Boudaen? Meneer vertelde, je ging met ze paard rijden... •

— Ja... misschien, zei Annie stroef. Eigenlijk had zij er aan willen toevoegen: „belabberd genoeg", maar gelukkig hield ze zich in. Niet alleen dat ze het niet geheel meende, maar ook: Jet zou haar niet meer hebben willen aanzien, na zoo'n woord I...

In ft rijtuig had grootma haar hand genomen; de rimpeltjes om haar grijze oogen lachten.

— Ik vind de Broeckaerts' toch zulke lieve menschen...

— Mevrouw is wat druk, oordeelde Annie. — Heeft ze u niet te veel vermoeid?

— O nee... ik geniet als ik daar ben... ze herinnert zich je lieve tante Geertrui nog zoo goed, kindje. Ze was in den tijd dat tante stierf een elegante jonge vrouw...

— Hè ... verwonderde Annie zich; — ik vind haar wel hef, maar toch heelemaal niet elegant; ze kleedt zich weet u hóe: aansteUerig-eenvoudig ...

— Sst kindje, zoo mag je niet spreken. Mevrouw Broeckaerts is altijd nog een gedistingeerde vrouw. Alleen heeft ze in haar later leven blijkbaar leeren inzien de waarheid van wat Thomas a Kempis zegt: dat de ij delheid ons ras bezoedelt en wij in hare netten verstrikt worden.,.

Annie antwoordde niet; keek naar buiten op den zonnigen weg, waar de heesters o versluierd waren met hun jonge groen. Een enkele bloeiende meidoom stond als een witte bruid er temidden. — Als grootma daarover begon gaf ze maar liefst geen antwoord; good gracious, dat preeken was een van de kwaaltjes van den ouden dag I „Bezoedeld door de Ijdelheid", nou ja, maar je hoefde nog niet ijdel te zijn om je goed te kleeden. Jet was toch alles behalve ijdel...

Ze reden het hek van Beukenoord in: een stijve plaats met afschuwelijke rechte lanen, door witte paaltjes afgezet, een poppevijver en op 't grasveld een aeolus-harp. Hier en daar tusschen 't groen een helwit beeld. In de vestibule, een soort van „hall", dezelfde koude stijfheid: langs de wanden spiegels, waarin Annie zich gaan zag in haar lichtbruin tailor, in Londen gekocht...

Sluiten