Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlak bij haar met Jet stond te praten, 't Was geen leelijke man, vond ze; een type waarvan ze wel hield.

Zij zag zijn gestalte even gebogen in 't wit flanellen tennispak; op zijn goud-blonden baard, die onder 'tspreken zachtjes op en neêr ging. lag wat zon. En ze moest eensklaps, zich hem voorstellen in een bruin fluweelen jasje: dat goud van zijn baard en dat bruin van zijn jasje — 't was dwaas, maar ze kon verlangen hem zoo tê zien. Of hij schilderen zou? 't Was net iemand om het te doen; ze zag hem al voor een grooten ezel staan : 'n echt schilders-type. Dear me! daar kwam hij naar haar toe. Zeker had Jet over haar gesproken...

— Nog altijd niet aan de beurt, juffrouw Hada? Ons geduld wordt wel op de proef gesteld, vindt u niet?

Hij zag haar glimlachend aan.

— O, maar ik amuzeer me hier best, meneer... Ter Kraane nietwaar 1... Op de baan is 't natuurlijk niet uit te houden van de hitte en hier is het goddelijk koel!

— U is dus een beetje lui, net als ik 1 lachte hij, een der rieten stoeltjes naar zich toe trekkende en tegenover haar plaats nemende. Er was iets prettigs in zijn stem; al schertste hij — het was niet om te flirten, voelde Annie; in zijn oogen tintelde zoo iets vriendelijk-warms, dat je dadelijk vertrouwen gaf. Ze had zulke mannen nog niet veel ontmoet; meest waren het typen als Fré of van Meerwijk, die flirten wilden, of onbeduidende* jongens, de moeite van 't aankijken niet waard. Déze man scheen haar zoo rustig, zoo eenvoudig... Zou Jet ? ?... 't Scheen Annie net een man voor Jet.

— Ik mag wel even met u blijven praten ? vroeg hij:

'k hoorde van ons beider vriendin Jet Broeckaerts dat u in Den Haag woont; ik woon óok in Den Haag en, nietwaar, men voelt zich in den vreemde altijd aangetrokken tot „broeders en zusters van 't zelfde huis"... »

Zegt hij dat nu niet om te flirten? twijfelde Annie nu toch, hem snel aanziende. Maar ze ontmoette niets dan dien zacht-lachenden blik uit zijn klaar-bruine oogen, waarin t alleen scheen of tintelende lichtjes er brandden diep-in. Met zijn blanke vingers streelde hij zijn zonnig-blonden baard. Annie begon toen dadelijk over Engeland. Daar had ze «lat óók zoo gevoeld: die aantrekkingskracht voor wat uit 't eigen land kwam. — Zelfs die afgezaagde prenten met Volendkmmertjes... als ik ze voor een winkel in de city zag, dan... dan begon mijn hart te kloppen... zei ze met een kleurtje.

A. H. 7

Sluiten