Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine naalden-kruinen, bijna zwart tegen de blauw-blauwe lucht. Af en toe breeddc de pad-smalte zich uit tot open zandplekken, waar de zon fel zijn stralen smeet op de wulpsche woekering der gele brem, bij struiken reeds roodoranje uitbloeiend, vertoonend aan sommige takken zelfs al de pluizig-zilvrige boontjes met het nieuwe zaad.

— Vindt u het niet heerlijk, hier buiten, meneer Ter Kraane? vroeg eindelijk Annie, om toch iets te zeggen. Je hoefde toch niet als stommen naast elkaar te loopen.

— Ik geniet, juffrouw Hada... daarom zeg ik niets.

— U is zeker dichter! plaagde zij.

— Ik? o nee... juffrouw Hada.

— Dan schilder! U draagt net zoo'n schildersjasje ...

— Nee, nee, heusch, niets van dat alles. Geen dichter en geen schilder en geen musicus. Daarvoor zie ik en voel ik niet artistiek genoeg. Ik ben maar een advocaat tout court, iemand van de juristerij, de wetgeleerdheid, een vak dat nu niet precies veel met kunst te maken heeft.

— I say! lachte Annie. — En toch geloof ik dat u overdrijft, een heel klein beetje een paradox zegt — want om een goed pleidooi te houden (heet dat niet zoo ?), een pleidooi dat de menschen overtuigt... dat schijnt me toch ook een soort van kunst...

Hij zag haar even van terzijde aan. Pozeerde zij, of... neen, hij geloofde van niet. Hij kon begrijpen dat Jet Broeckaerts met haar ingenomen was; ze scheen een hef, eenvoudig kind...

— Hier zijn we op het plekje waar ik altijd zit, zei Annie; — de boomen zijn hier wat dichter zooals u ziet. Als u nu belooft heel stil te gaan zitten lezen en niet te praten, mag u óók hier blijven... lachte zij haar witte tanden bloot; tegelijk het zij zich neer op den grond en begon haar lectuur.

Dat was toch wel behaagzuchtig, dacht hij even, teleurgesteld, van terzijde neerziende op haar slank figuurtje in het Engelsche hemd boven den grijs-linnen rok. Haar ronden stroohoed had ze afgezet; uit het breede kapsel dat in de mode was sprong het weerbarstige haar aan alle kanten in grillige krulletjes. Hij voelde zich vreemd-beklemd met dit lieve kind alleen in deze boschstilte. Hij was een eenvoudig man, die stil zijn weg ging, levend voor zijn vak en zijn hef hebberijen; met dames had hij slechts weinig omgang, zijn zusters en dier enkele kennissen uitgezonderd. Toch was hij het zich wel bewust, als man een zekere aantrekkingskracht op het vrouwelijk geslacht uit te oefenen, en die wetenschap

Sluiten