Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK

Eerste Huwelijkstijd

I

Tje Parijsche sneltrein stoomde binnen. Annie, staande in *S den doorloop van den harmonicawagen, zag de bekende roode steen van het Haagsche station haar voorbij schuiven in het spaarzame licht, dan de helle klatering opeens van de schijnsels der wachtkamers. Knarsend stond de trein toen [sol.

I Willy, voor het raampje, klopte een kruier, die een oogenblik later op een draf door 't gangetje kwam aanhollen en de bagage overnam. Hijgend wrong zich de man toen met zijn last naar het portier, zij en Wim er dadelijk achter. Mannie had haar even aangezien van onder zijn reispet en zij de kans waargenomen om vlug eventjes zijn hand te vakken zonder dat die Belgen het merkten, met wie ze van Brussel af hadden gereisd.

Op het perron was het leêg en ongezellig, met donker hoekende schaduwen overal; er schenen al lichten uitgedraaid. Op het stoffig asfalt stonden eenige portiers, slaperig de namen dreunend hunner hotels. Dicht aangedrukt tegen Willy, «die haar een arm gaf, daalde ze de trappen af, blij even te loopen tenminste, na die lange spoorreis.

Buiten, onder de overkapping, vonden zij hun rijtuig, waar de koetsier met den witkiel al aan 't opladen was. Het regende blijkbaar; in 't donker, vóór de laatste trams, die ginds met htm blauwe en oranje lichten te wachten stonden, bleekte een grauwige nevel; de vlammen der lantarens straalden als vreemde zonnen met melkigverwazende randen, laag bij den grond; hooger plekten transparant hier en daar nog gelige vlerkanten in de sombere huisblokken. 't Was koud in 't tochtig rijtuig, na de broeiende warmte van de spoor-

Sluiten