Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dèg mevrouw... dèg meneer ... van harte welkom in het vaderland en in de nieuwe woning 1...

— Wel, kinderen, wat ben ik blij... Annie, dochter, ^ heel hartelijk geluk gewenscht, hoor 1...

— Dank u, dank u wel mevrouw, had Annie geantwoord.

wat geschrokken van die onstuimige omhelzing ineens, midden op straat. Meneer Ter Kraane gaf haar gelukkig alleen maar een hand; ook Jo en Marie kusten haar.

— Maar menschen, laten we nu toch naar binnen gaan en geen vertooning op straat geven, hoorde ze Gerard zeggen, en ze ontdekte, verschrikt, nu ook links en rechts bij de buren gordijnen die opgetipt waren en gezichten die gluurden.

— En wat zeg je nu van je vestibule, Ans, en je gang? vroeg: Marie. — We hebben alles maar zoo'n beetje neer¬

gezet als we dachten dat het beste was; die kapstok was bijna te breed, zoo je ziet...

— Berekend voor een huis op de Koningskade I lachte Jo. Zorgen jullie maar dat je daar gauw komt.

— We zullen hier heel tevreden zijn, is het niet ? ant- ~ woordde Annie, en zij en Willy lachten elkander toe.

Maar ze waren de trap opgegaan (beneden was niets dan een spreek- en een mangelkamer), traden de suite nu binnen, hel verlicht. Hoe feestelijk. Het satijn-houten salon-ameublement van grootmoeder, met het Ücht-blauw bekleedsel, schitterde in volle glorie, en ginds in de achterkamer der suite, hun huiskamer, stond een feestdisch gedekt. Gerard ontkurkte een champagneflesch, schonk de glazen vol. De oude heer Ter Kraane, in zijn correcte houding van gepensioneerd militair, recht en mager in zijn sluitende gekleede jas, sprak, staande onder 't licht, zijn toast. Zijn arm met het champagneglas hield hij een weinig opgeheven, en terwijl de woordenstroom aan Annie voorbij ging zonder dat ze veel opving dan enkele woorden: „verheugd... het nieuwe leven... getrouwe plichtsvervulling ... leven voor elkaar ... eikaars gebreken verdragen..." zag zij zijn kalen schedel blinken boven zijn rozige glad-geschoren wangen met de lange witte sik. Achter hem en opzij stonden de anderen: mevrouw in haar zwart zijden japon, klein en dik, haar gezicht rood van de warmte; Gerard met zijn gek-kleine hoofd-met-de-krulletjes en zijn touwig snorretje; zijn vrouw, Jo, in haar bruin-fluweelen japon, wat heel lang, maar niet onknap; en Marie, het propje, dat later sprekend haar moeder worden zou.

Sluiten