Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet toe: Pietje was een uitstekende meld, die maakte dat alles marcheerde. Ze was meid-huishoudster geweest bij een rijken meneer — met twee booien onder zich; daar had ze wel geleerd zich te redden. En of ze al haar, Annie, de dingen vroeg, mon dieu, ze wist er geen steek van; Pietje vond haar erg dom; tant pis, ze kón het niet helpen...

Langzaam ging zij de trap op naar boven. Hoe gek: zulke smalle treden, als je gewend was aan de breede in de Laan Copes. Gisteren was ze nog even thuis geweest: 't scheen haar een paleis vergeleken bij hier. Toch leuk ingericht anders 1 Op het portaal bleef zij staan, liet haar oog gaan over de perzische kleeden op den vloer, de bank van het „Binnenhuis" met den ouderwetschen palmpjesdoek (nog een doek van Willy's grootmoeder) er achter gespannen en de koperen borden en purmerender kannetjes op de richel, 't Was een idee van Willy geweest, het zoo in te richten, zoo „modern" — zij had er eerst niet heel veel voor gevoeld, vond het nu toch wel aardig en gezellig. Even ging ze op de bank zitten: nog eens probeeren hoe-d-i zat; toen ging ze de achterkamer in waar de ontbijtboel nog op tafel stond. Zou ze Martha al schellen voor 't omwasschen, of... zou ze vanmorgen 't zelf eens doen? Mevrouw Ter Kraane (hé, wat gek: ze bedoelde mama) deed het altijd zelf, en ook Jo van Wehl, als een waardige dochter. Maar de Ter Kraanes waren ook zoo in-soliede-ouderwetsch: daar kon zij, Annie, onmogelijk tegenop. — Zou ze 't zelf doen, of...

Haar oog gleed over de tafel: de bekrummelde bordjes — Wim had weêr met zijn ei gemorst — de theekopjes waarin op den bodem nog wat suiker kleefde (zij nam altijd vreeslijk zoet I) en... jakkes nee, 't was eigenlijk een vieze boel, dat omwasschen: zoo'n bakje water met drijvende krummels, bah ... zou Martha maar schellen.

Zij ging naar de voorkamer en schoof de portières dicht; bleef toen voor het raam kijken in de Nassau Odijkstraat. Een grauwe, druilerige morgen zonder zon. De huizen aan den overkant blokten op met htm hardsteenen stoepen en erkers; voor de ramen der benedenkamers hingen vitrages, zoodat ze niet in de kamers kijken kon. Bij Majoor Fransema speelde men piano, gamma's, vrouw-daar-ligt-een-kind-in-'twater of zoo iets; en op de tweede etage bij de de Jonghs zag ze een meid de bedden afhalen.

Annie geeuwde; wendde zich van 't venster af. 't Was wel akelig te wonen in zoo'n straat; hè, als ze eens rijk waren en buiten konden wonen; grootmoeder moest hen

Sluiten