Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand op zijn arm ; haar oogen zagen hem wat angstig aan. — Nietwaar Rob, je speelt niet meer ? vraagde zij dringend.

Hij vermeed het haar aan te zien; zijn oogen dwaalden voor zich heen in 't onbestemde; een licht rood was snel naar zijn wangen gestegen en verdween langzaam weêr.

— Spelen ? Nee, nee... of... nou ja... nu en dan ... om een kleinigheid ... je begrijpt... onder studenten... aarzelde hij.

— Doe het niet. Rob, toe, ik ben bang voor spelen... Zij was bleek geworden en haar oogen staarden wijd.

Voor hare verbeelding spookte de speelzaal op van MonteCarlo, zooals ze daar, op hun huwelijksreis, met Willy even was binnen gegaan; reminiscenzen ook van gelezen romans: mannen zich in de schemering voor 't hoofd schietend, onder de palmen...

Zwijgend reden ze nu eenigen tijd; ze waren in Scheveningen. Op den boulevard lieten zij het paard stapvoets gaan; zagen uit over de zee. Een streep bleeke zon lag over het water; de lucht scheen weêr te gaan betrekken, 't Was alles kaal en ongezellig nog met die gesloten winkels en hotels, Reuzig klompte de gele steenmassa van 't Kurhaus tegen de lucht. Annie's blikken omdroomden, van onder haar grooten hoed uit, dat alles met zomer-schittering. Ze zag vrouwen in lichte toiletten en heeren in vroolijke strandpakken op het terras voortschuifelen in de broeiende koelte van den avond, die met duizend oogen vonkte. In de witte Kurhaus-restauratie zaten menschen aan tafeltjes, om de warm-roode, innige gloeiing der lampjes: de bloemen van zulke weeldrige avonden ... O, heerlijk was het leven als je het zóó zag; een koortsig verlangen voelde ze in zich naar den zomer, wanneer ze met Willy daar rond zou dwalen, gegroet zou worden door bare kennissen, voor 't eerst als getrouwde vrouw... Moeder ging nooit naar 't Kurhaus; vond het er te gemêleerd; maar nu ja, wat kon je daar aan doen in een klein land als Holland, waar de aristocratie zich tot eenige weinige families bepaalde. En dan: dat cosmopolitische was juist geestig ; gaf er iets pikants aan, iets of je al in 't buitenland was... O, wat zou ze graag rijk zijn — waarom waren ze 't dan niet; papa had toch geld. Later... als grootma ... maar foei, daar wilde ze niet aan denken. En ze was immers gelukkig met Willy, al was hij dan niet rijk ...

— Wat ben je stil 1 plaagde Rob. — Maakt de zee je weêr poëtisch ?

Annie schrok en keek naar de zee; probeerde onder den

Sluiten