Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het allergewoonste omglansde met zoo teêre innigheid, dat het het gewone niet meer scheen... Sprakeloos waren zij terug gewandeld.

IV

Het huis van Jhr. Mr. W. A. Ter Kraane lag op.de Prinsengracht: een ouderwetsch gebouw met twee ramen aan weerszijden van de groene, met krullig, zwart geverfd reliëfwerk vercierde deur. De ruiten schenen, van buiten af gezien, altijd wat stoffig beslagen, verbergend achter hun dofglimmend oppervlak, troebel als stilstaand water, de donkere diepten van wat groote kamers moesten zijn. Voor een der rechter ramen, waar de verschoten gordijnen op ouderwetsche manier waren opgenomen, groende een plant in een houten emmertje met koper beslag; links slapten achter de vensters vitrages, die meestal half hingen opengeschoven. Een ijzeren hek scheidde beide gedeelten van 't huis van de straat.

't Was op een regenigen zondagmiddag in het vroege voorjaar, dat Willem met zijn jónge vrouw in een vigilante reed naar de Prinsengracht. Zij zouden bij zijn ouders eten. Den heelen weg over had Annie aan de knoopjes van haar handschoenen ' zitten peuteren, die moeilijk dicht gingen. Haar man had haar willen helpen, maar ze was van hem afgeschoven, had gezegd het heusch zelf beter te kunnen. Wenkbrauw-fronsend was hij door 't rinkelend raampje naar buiten gaan zien.

Annie verbeet zich in een slecht humeur; 't was al 's morgens vroeg begonnen, zoodra zich die eetpartij bij de Ter Kraanes voor haar geest gedrongen had. „De Ter Kraanes" — zoo noemde zij voor zichzelve steeds Willy's familie, vergetend nu zelve ook een Ter Kraane te zijn. Zij hield niet van die familie; ze voelde zich niet bij hen thuis. O, ze waren goed en vriendelijk voor haar — ze waren in den grond veel beter dan zij, en toch, ze kon niet bij hen wennen. Zoodra ze de vestibule inkwam van het oude huis — er stond daar een marmeren tafel vol planten — was het of een doodschheid langs haar neêrgrauwde, haar omkillendals een verstijving. Willy begreep daar niets van; hij was in dat huis geboren en opgegroeid; vond het een heerlijk huis; kon het enthousiast tegenover Annié ophemelen: „al die gangetjes en hoekjes en die heerlijke kasten en de drie zolders : de groote zolder, de rommelzolder en de speelzolder I"

Sluiten