Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar stemmen klonken m de gang; de deur ging open.

— Dag oma, dag opa. dag oom Wim, dag tante Marie, dag... tante Annie. Hé, wat 'n boel menschen om goeiendag te zeggen...

Henkie stond even verbluft midden in de kamer; snelde toen met 'n sprongetje op den schoot van Marie, die haar armen had uitgestoken.

— Dag robbedoes, had meneer Ter Kraane even gezegd, opstaande om zijn zoon en dochter te gaan verwelkomen. — Boissevain noemde paradoxen schitterende stukjes verwaarloosde waarheid...

•— Wèt zijn parade-ossen opa? klonk Bobs hooge stem op den drempel. Men lachte. Jo en van Wehl kwamen de kamer finnen; Annie zag hoe Jo haar vader omhelsde, vóélde de innigheid tusschen hen, die tusschen haar en haren schoonvader ontbrak. Ook zij was bij 't komen omhelsd, maar haar schoonvader had daarbij niets van zijn stijve correctheid verloren; er was altijd iets straks en houterigs in de manier waarop hij haar, Annie. omvatte. Nu hij Jo omhelsde zag Annie die stijfheid gebroken worden, als met weekere plooflngen indegekleede jas die het lichaam omsloot dat zich over boog naar haar toe.

— Maar Jo is zijn dochter ook: een „Ter Kraane", dacht zij. — En ik... ik ben een Hada, en van de Hada's houden ze niet hier in huis...

Men formeerde een kring om den haard. — Tante Pop. kom jij met ons in de vensterbank zitten? vroeg Bob, aan Annie s japon trekkend. Annie lachte. Sinds Willy haar een paar maal in het bijzijn van de jongens „pop" had genoemd, sprak Bob nooit anders dan van „tante Pop".

— Je bent ook nog heel jong nietwaar tante, tenminste, mama zegt... a

— Jongens, maken jullie 't tante Annie niet lastig?... vermaande Jo van uit de kamer. — Ze hinderen je toch niet, Ans?...

— O, wel nee 1

De stille Henk had zich van Marie's schoot laten glijden Cf Srobefrde nu ook °P de vensterbank te klimmen, net als Bob. t Was een bedeesd ventje met blozende wangen, het groote hoofd vol blonde krulletjes, zooals ook zijn vader had.

— Ben je voorzichtig, vent? vroeg oma bezorgd, en hij antwoordde zoetjes: — Ja oma ...

Annie hielp hem een handje, en nu zat zij met de twee jongens in de breede vensterbank te kijken naar den regen, die in dikke stralen neêrgudste met een durend, eentonig

Sluiten