Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klagen... ik ben boos op Willy: we hebben gekibbeld...

— Klagende vrouwen zijn nog onuitstaanbaarder dan ophemelende, Ans. Dan, haar strak aanziende : — Zoo... dus the fitst quarrel. .

i— Ach, wel nee; heelemaal niet: the fitst, zeker al wel de ■ honderdste ! Jij en papa zullen toch ook wel niet altijd liefjes en zoetjes tegenover elkaar hebben gezeten 1

Sophie Hada geeuwde nog eens. — Papa? O die... die kibbelt nooit... de banaliteit van kibbelarijtjes met booze gezichten, smeltende tranen en aandoenlijke verzoeningen heeft hij mij gelukkig altijd bespaard...

— Hè moeder I 't woord banaal ligt in je mond bestorven, zei Annie, innig, 't Was vreemd, maar soms had ze 't gevoel zóó veel Van moeder te houden, dat ze de gewoonste gesprekzinnetjes als vanzelf een accent van innigheid gaf. Dikwijls dacht ze er over na wat het zijn zou: waarom hield ze toch zoo veel van moeder in den laatsten tijd 1 Moeder was toch niet zulk een ouderwetsch-degelijke vrouw als bijvoorbeeld mama Ter Kraane of Jo. Jo was heel anders: jonger, en daardoor natuurlijk moderner in hare smaken en in sommige ideeën ook wel; maar toch, in den grond, was zij net als haar mama, had dezelfde soliede principes van vooral nooit iets doen wat de menschen gek konden vinden, of wat niet „hoorde" etcetera. Mama Ter Kraane en Jo hielden niet van moeder, wist Annie wel. en moeder hield niet van hen. Zij. Annie, stond tusschen de partijen in, al voelde ze zich nog altijd meer een Hada dan een Ter Kraane. Moeder óok voelde zich een Hada al was zij het niet, en dus zou zij, Annie, al was zij geen Ter Kraane, zich toch heel goed een Ter Kraane moeten kunnen voelen — als...

Maar na dit „als" wist zij niets in te vullen; dat was het juist: het was zoo vreemd alles en het zat zoo in elkaar geward. Grootma was een Hada en toch ook weêr heelemaal niet. Papa was een echte Hada, en Robert, en... zij ?...

Zoo bleef je in een kringetje ronddraaien; ze wist het niet; wist ook eigenlijk niet wat de kenmerken waren van wat ze „Hadaasch" noemde; 't was meer iets dat je vóelde, voelde dadelijk als je het huis in de Laan Copes binnenkwam, maar dat ze niet voelde nog in de Nassau Odijkstraat. Daar was een bordje in den muur geschroefd waar op stond: Mr. W. G. Ter Kraane, Advocaat en Procureur; en ja: daar woonde ook een Ter Kraane; Willy was op en top een Ter Kraane, al was hij er een van 't lieve soort: niet bekrompen of droog-vervelend, zoo'n echt conventie-mensen

Sluiten